teksten ‘verZOEN je, maak VREDE waar’ 8 november 2015

Vredeswake ‘verZOEN je, maak VREDE waar’
Langemark, zondag 8 november 2015

WELKOM

Heel hartelijk welkom!
Het fragment uit de musical ’14-‘18
bracht ons midden in het thema van vandaag: verzoening.
Honderd jaar geleden, in deze buurt,
staken gewone soldaten die elkaars vijand hoorden te zijn
de hand uit naar elkaar:
het Kerstbestand was een onvergetelijk moment van verzoening.
Vandaag kijken mensen en volkeren
op tal van plaatsen in de wereld
verlangend uit naar verzoening –
want zonder verzoening, geen vrede.
Veel mensen, jong en minder jong,
zoeken ook verzoening met zichzelf –
want zonder verzoening
vinden ze geen vrede in hun leven.
Verzoening is echt niet gemakkelijk,
het komt niet vanzelf,
het is een weg, vaak een lange weg, met veel hindernissen.
Soms lukt het gewoon niet.
Maar het is absoluut de moeite waard om het te proberen,
want verzoening lucht op,
verzoening bevrijdt je van een zware last,
verzoening maakt dat je weer verder kan in het leven.
Wie zich kan verzoenen, maakt vrede waar!
We mogen vandaag luisteren naar mensen
die de moeilijke weg van verzoening gegaan zijn.
We verwelkomen in het bijzonder onze speciale gasten:
Oona Wyns, Jongerenambassadeur voor de Vrede;
Hilde Van Geel en Jan De Cock, die banden van verzoening smeden waar dat soms
onmogelijk lijkt;
Arab Aramin en Yigal Elhanan, speciaal uit Palestina en Israël naar hier gekomen, om te getuigen van hun bijzondere vredeswerk.
Speciaal welkom ook
aan Tix & Flea, die voor vandaag een prachtig nummer schreven
en aan jongerengroep Klimdraad uit Poperinge,
die met veel enthousiasme zullen zingen tot verzoening.
Verzoening is een weg – dat mochten we tijdens de voorbereiding van deze vredeswake ervaren. Het is een lastige weg, moeilijk om aan te vatten, hobbelig, soms gewoon niet te doen… Maar de moeite waard om uit te proberen, want als je ’t haalt, wacht je vrede, en nieuw leven.
Drie mensen die de weg aandurfden, zullen daar nu van getuigen.

Getuigenis Stefanie Huyghebaert

Normaal zou ik hier vooraan staan met een powerpoint gevuld met foto’s. Er zijn echter enkele maanden uit mijn leven waar ik amper foto’s van heb. Foto’s neem je ook makkelijker wanneer je leuke dingen wil vast leggen. Er was jammer genoeg een periode waar er echt amper leuke dingen waren om vast te leggen.
Ik ben Stefanie en ik heb mij verzoend met mijn depressie. Of toch min of meer.
Ik heb leren te leven met mijn depressie. Dit is niet makkelijk. Dokters, psychologen en psychiaters hebben mij nooit durven zeggen in mijn gezicht dat ik een depressie heb. Blijkbaar zouden ze dat niet mogen. Ik zou liever gehad hebben van wel. Want dat was het wel.

Ik denk dat ik altijd wel al gevoeliger ben geweest dan sommige anderen om depressief te worden. Maar op een bepaald moment heb ik mijn dieptepunt en zwaktepunt bereikt en een bepaalde duw in het diepe gekregen. Wanneer dat precies is gebeurd, zal ik nooit weten. Wat ik wel weet is dat mijn Erasmus ervaring gewoon te veel was. Ik had het al moeilijk, maar een jaar weg van mijn echte, dichte vrienden, was het laatste dat ik kon gebruiken. Een Erasmus ervaring is voor velen de tijd van hun leven. Je zit op een tropische bestemming, gaat uit, maakt nieuwe vrienden en tussendoor leer je nog een beetje. Voor mij was, wat de tijd van mijn leven zou moeten zijn, op sommige momenten eerder een tijd van OVERleven.
Het is in Malta dat ik heb beslist mij te laten opnemen in een psychiatrische instelling. Ik kwam begin juli thuis en 30 juli sliep ik mijn eerste nacht op de afdeling ‘depressie, stemmingswisselingen en angststoornissen’.

Mijn grootste verzoening was eigenlijk toen ik me liet opnemen. Je moet weten, dat ik ondertussen al 3 jaar in therapie was. Het is een grote stap om de beslissing te kunnen nemen om je te laten opnemen. Het is niet iets wat zo maar gebeurt. Als je die beslissing neemt, verzoen je je reeds met het feit dat het niet goed gaat. En dat je zelf de kracht niet meer hebt om je moeilijkheden op te lossen. Dat op zich heeft mij eigenlijk bijna 3 jaar gekost. Toen ik had leren aanvaarden dat ik het niet alleen zou kunnen doen. Maar dat was nog maar een kleine stap.

Tijdens mijn opname zelf, moest ik telkens opnieuw aanvaarden dat ik ziek was en dat ik evenveel hulp verdiende als anderen die in het ziekenhuis verbleven. Je moet het trouwens ook van jezelf aanvaarden.
Het verzoenen is eerst en vooral aanvaarden dat er iets is dat je niet alleen gaat kunnen oplossen, maar dat er mensen zijn die je kunnen en willen helpen. Je bent die hulp ook waardig. Iedereen is die hulp waardig. Wat er ook aan de basis zou liggen van jouw depressie, dat is niet hetgeen wat bepaalt of jij mag hulp krijgen. Je verdient het! Punt!

Depressie is een ziekte waar je mee moet leren leven, net als elke andere chronische ziekte. Zoals diabetes, astma, allergie, Crone… Maar wat het moeilijk is aan depressie is dat mensen dat veel minder kunnen zien of kunnen begrijpen. Voor depressie moet je een reden te hebben. En als je die niet kunt duidelijk formuleren, schijnt niet iedereen te begrijpen. Het is ook heel moeilijk om uit te leggen hoe je voelt als je depressief bent. Toch verwachten vele mensen dat van je. Wat heel raar is… Want iemand die allergisch is moet toch niet uit leggen hoe het voelt om niet meer te kunnen ademen of om jeuk te hebben waar je geen plaats aan kunt geven.

Het is belangrijk dat je erover praat, als je je niet goed voelt. Het heeft geen nut om jezelf of anderen voor te liegen. Ik durf gerust meer te zeggen dat het niet goed gaat als mensen enkel uit beleefdheid vragen: “hoe gaat het”. We zijn veel te veel gewoon dat te vragen uit beleefdheid, en niet omdat we het echt willen weten, omdat we er om geven. Dat is eigenlijk een grote fout.
Nu, om af te sluiten: Ik ben gelukkig en voel me stukken sterker en beter. Maar elke dag opnieuw, kan depressie om de hoek staan. Je moet dat een plaats geven in je leven en aanvaarden dat het er altijd wel zal zijn.

Getuigenis Greet Desimpelaere

Ik ben een gewone vrouw en moeder. Ik deed vroeger alles wat een vrouw en moeder zoal doet. Mijn man had een drukke job, ik ging ook halftijds uit werken, dus hadden we een drukke menage. Maar bijna 9 jaar geleden kreeg ik zomaar plots een hersenstaminfarct. Ik was enkele weken volledig buiten bewustzijn. Maar stilaan werd ik me ervan bewust dat ik voor altijd gekortwiekt was, ik kan me niet meer bewegen en dus niets meer doen. En ik kan niet meer spreken. Enkel mijn oogleden kan ik nog gecontroleerd bewegen om te communiceren. 
Ik ben al die tijd, en nog steeds, omringd met onmetelijk veel liefde van mijn man en kinderen, dag in dag uit, op elk moment. 
Daarnaast zijn er nog veel mensen met wie ik regelmatig of eerder sporadisch contact heb, die me het gevoel geven dat ik, ondanks mijn beperkingen, toch een gewone vrouw ben, die mee telt. 
Deze liefde en het gevoel dat er nog mensen zijn die me kunnen zien, los van mijn rolstoel en los van alle andere beperkingen, zorgt ervoor dat ik mijn situatie kan aanvaarden. Maar ik vind het moeilijk om het woord verzoening in de mond te nemen.

Getuigenis Hilde Van Geel

Zondagochtend vernam ik het nieuws. Mijn zus werd vermoord! Jonge moeder! Mijn levenslustige zus werd ‘vermoord’! Jaren heeft het geduurd voordat ik het ‘zo’ verwoorden kon. Liever koos ik ervoor te zeggen ‘mijn zus werd van het leven benomen’. Alsof ’t dan iets minder pijnlijk leek, iets gemakkelijker te dragen!
Fysiek onderging ik een sterke reactie als een soort ‘middendoor’ gehakt worden en een inwendige stem die me waarschuwde niet gek te worden!
Het ‘feit’ bracht in mij een heel dubbel gevoel naar boven!
Ik trachtte om te gaan met het bruuske verlies van mijn zus, waarbij de vraag hoe zij dit feit als zielenwezen zou verwerken, me intens bezig hield.
Maar ook voelde ik een intens mededogen met de dader, die door het plegen van dit feit iets onherstelbaars heeft gedaan. Ik vroeg me af, hoe je als mens, verder kan leven met dit besef.
Anderen hadden woede en haat een normalere reactie gevonden merkte ik op!
Gelukkig zag ik mijn ouders – ondanks hun grote verdriet – er resoluut voor kiezen hun kleinkinderen, toen zes en acht jaar oud, liefdevol en zonder haat groot te brengen!
Mijn herstelproces kwam pas goed op gang door daadwerkelijk in ontmoeting te gaan met de dader, daders, zowel in m’n persoonlijk verhaal als in ruimer verband!
De ontmoeting met Jan De Cock, reeds jaren werkzaam als vrijwilliger voor gedetineerden wereldwijd, bleek – door de diepe vriendschap die ontstond – een uitgelezen kans voor ons beiden, om de kloof tussen daders en slachtoffers overbrugbaar te maken.
Zo richtte ik mee onze organisatie Within-Without-Walls op, die in ‘herstelrecht’ steeds meer kansen ziet, hierover wil sensibiliseren en deze visie wil omzetten in concrete activiteiten en in het nabij zijn van mensen, die hier nood aan hebben. Wel is herstel pas mogelijk is als men z’n verantwoordelijkheid kan en wil opnemen!

Ik geef getuigenissen en lezingen, buiten en binnen de muren! In het kader van de cursus ‘Slachtoffer in Beeld’ (cursus van De Rode Antraciet) , waarbij daders leren kijken naar de gevolgen van hun misdrijf en empathie dienen te ontwikkelen voor hun slachtoffers, breng ik slachtoffer- en daderkant letterlijk en figuurlijk dichter bij elkaar. Door mijn openheid laten sommigen in het gesprek nadien ook hun zachtere, kwetsbare kant zien en uiten ze vaak hun bereidheid om nog iets te willen betekenen voor hun slachtoffers en de maatschappij.
Door projecten mee uit te werken om dialoog op gang te brengen tussen burgers, slachtoffers en daders, zie ik soms wonderlijke, diepmenselijke wisselwerkingen ontstaan die een helend effect hebben voor alle betrokkenen.
Ik koester wat ik reeds heb kunnen bijdragen om het zwart-wit denken over deze thematiek een stukje te doorbreken. Hierin ligt maatschappelijk gezien nog een grote uitdaging!
De maatschappij dient te zorgen voor een gezonde balans tussen de zorg en aandacht voor de noden van beide groepen. Deze noden hoeven zelfs niet haaks op elkaar te staan.
Vergeten zal ik dit feit nooit! Er blijft altijd een leven voor en na… Maar de weg van ‘verzoening’ maakte ook terug ruimte voor ‘innerlijke’ vrede. Vanuit deze keuze probeer ik ook mee te werken aan ‘vrede’ binnen het grotere geheel. Als ik door mijn getuigenis mensen kan inspireren om een andere benadering in overweging te nemen dan het blijven vastzitten in gevoelens van verdriet, angst, schuld, haat of wraak, zal ik dit zeker doen.
Ik voel me heel dankbaar voor alle ontmoetingen en kansen om deze missie, die op mijn weg is gekomen, zo goed als ik kan uit te dragen.

Verzoening is een weg, een lange weg…
Vertrekpunt is de overtuiging
dat iedereen kan veranderen…
Dat ik kan veranderen
en dat jij kan veranderen…
We moeten proberen elkaar te verstaan.
Vertel me jouw verhaal,
het verhaal van jouw pijn,
en dan kan ik jou mijn verhaal vertellen
en ergens zullen we elkaar wel vinden…
Verzoening is een reis, geen bliksemflits…
De eerste stap is niet toegeven aan wraak.
En dan beetje bij beetje
op weg gaan met wie je heeft gekwetst…
(Jean Vanier)

Getuigenis Jan De Cock

Lieve mensen van goede wil, lieve vrede-doeners,

Een zoen voor vrede is altijd een handkus want zonder die handen wordt vrede niet waar.

Tien jaar na mijn wereldreis langs gevangenen wilde ik logeren bij slachtoffers die het laatste woord niet aan de feiten hebben gelaten. De eerste kamer van Hotel Pardon boekte ik bij Hilde wiens verhaal jullie zojuist hoorden. Mijn tweede bongo-bon haal ik op in Brazilië.

Ik verbleef er in de gevangenis van Itaúna. Een van mijn medecelgenoten, Dyego, deed zijn 7e jaar voor de moord op een taxichauffeur. De laatste 2 jaar kreeg hij wekelijks bezoek van de familie van de taxichauffeur. Wat was er gebeurd? Hij had vernomen dat de weduwe op sterven lag. Een levensbedreigende nierziekte. De enige uitweg was een niertransplantatie. Maar in de hele provincie van Minas Gerais was geen donor te vinden. Dyego liet zich medisch testen en bleek compatibel te zijn. Hij heeft een nier afgestaan aan de vrouw wiens echtgenoot hij jaren voordien het leven had benomen.

Ik ben te gast bij Aba Gayle uit Oregon. In 1980 werd haar dochter vermoord. Gedurende 8 jaar wordt Aba Gayle verteerd door haat en wrok. Tot die nacht dat ze droomt van haar dochter Catherine. In die droom vraagt haar dochter de dader te vergeven. Als Aba Gayle ontwaakt en zich de droom herinnert, gaat ze in een kramp en wordt ziek. ‘De man vergeven die het dierbaarste uit mijn leven heeft weggerukt, is wel het laatste dat ik in dit leven zal doen,’ maakt ze zichzelf wijs. Maar de droom herhaalt zich keer op keer tot ze ten einde raad beslist om hem een brief te schrijven. Aba Gayle getuigt hoe alle haat uit haar wegvloeide op het moment dat ze de klep van de brievenbus hoorde klepperen waarin ze zojuist de brief had gedeponeerd. Ze vertelt: ‘Toen ik uiteindelijk op bezoek ging op death row, was ik zo zenuwachtig. Ik zat te wachten aan deze kant van het glas tot ze de man in zijn oranje overall zouden binnenbrengen en aan de andere kant van het raam laten plaatsvinden. Ik vroeg alleen maar kracht om hem recht in te ogen te kijken. Alsof iemand aan een touwtje op mijn hoofd trok, lukte mij dat. Toen kreeg ik het over mijn lippen: I forgive you! En ik werd overspoeld door een gevoel van vrede dat sindsdien niet meer weg is gegaan.’ Aba Gayle bezoekt sindsdien en met regelmaat als enige de man. Haar huidige strijd is deze en onverpoosd: dat de doodstraf in de Verenigde Straten afgeschaft wordt!

Mag ik u voorstellen aan Anne-Marie Katengwa. Deze Rwandese vrouw heeft bij de genocide haar ouders verloren, ooms, tantes, haar broer Lando en zijn Canadese vrouw. Drie van Anne-Marie’s kinderen logeerden die nacht bij oom Lando die een hotel uitbaatte. Ook zij overleefden het niet. Anne-Marie is door het slijk gegaan van verdriet, van waanzin, van totale gebrokenheid. Als eerbetoon en als verwerking runt ze nu het hotel Chez Lando en staat ze erop dat er evenveel Hutu’s als Tutsi’s onder het personeel tewerk gesteld worden.

(Er is tijd overgegaan. Soms neemt het jaren in beslag, soms een half leven. Hilde stelt: ‘De tijd is mijn bondgenoot om te helen van wonden.’ Aba Gayle stelt: ‘Als ik geweten had wat ik nu weet, had het me 8 jaren van verbittering gespaard.’)

Ze lopen niet dik zij die snel zijn met vergeving. Dale en Diane Lang zijn een uitzondering. Acht dagen na de dodelijke schietpartij in Colombine Colorado, pleegde een jongeman een copycat crime op een school in een ingeslapen stadje in Canada. Jason Lang werd hierbij doodgeschoten. Vijf dagen na het incident vond een memorial service plaats. Op een gegeven moment stonden de Langs op en begaven zich naar de hall van de school waar hun zoon werd neergeschoten. Daar hebben ze de jonge schutter vergeven. Na vijf dagen! Het echtpaar werd later op de korrel genomen door psychologen en mensen uit hun eigen kerkgemeenschap. How can? Maar Dale en Diane zeiden: ‘Wij hadden een relatie met God. Die band begint niet wanneer het grootste drama je leven treft. Ons verdriet is er niet minder om. Wij missen Jason enorm.’ Dale vertelde mij ook dat een vraag van een vriend hem heeft geholpen. Die stelde: ‘Als Jason de kans had om terug te keren van waar hij nu is, zou hij dat dan doen?’ In tranen erkende Dale dat dat niet het geval was. ‘Ons geloof werd uitgedaagd op het scherpst van de snee,’ zei Diane. ‘Maar mijn geloof in leven na dit leven heeft mij verhinderd om in haat te gaan.’

Is verzoening dan het monopolie van wie geloven, van wie spiritueel is, religieus? Die vraag nam ik mee op mijn tocht. En zo kwam ik in Samoa om mij ook van het tegendeel te vergewissen. Sinds mensenheugenis en van generatie op generatie zijn de gemeenschappen in de vissersdorpen overgeleverd aan harmonie. Her-verbinden kan dus ook sociologisch zijn. Merkwaardig: families van daders dragen er zorg voor families van slachtoffers. Ik was op Samoa getuige van het ritueel van ifoga. De dader zelf, een familielid of in dit geval het dorpshoofd dat de plaats innam van de dader, begaf zich naar de hut van het slachtoffer. Hij nam mee: a fine mat, een weefwerk, een kostbaar tapijtje waarmee hij zich bedekte toen hij voor het huis hurkte. In weer en wind, net zolang als de familie van het slachtoffer nodig had om naar buiten te komen, gaf hij zich over aan kwetsbaarheid. In principe konden de nabestaanden van het slachtoffer hem meteen met gelijke munt betalen. Maar de familie stapte op de man af om het doek op te heffen en daarmee ook de schaamte. Een wonderlijk gebeuren!

Ik dronk thee met weduwen van de aanslagen in New York. Ze lopen geen kerk plat en weten soms geen weg met vergeving. Maar ook in een oorlog aan het terrorisme zien zij geen heil. Zij hebben hun leven terug op de rails gekregen door vriendschap, door humor, door yoga en tuinieren, door te reizen, door de dag te plukken en te herhalen dat het verkeerd zou zijn om dat niet te doen.

Kijk naar de Afghan Peace Volunteers. Ik had het voorrecht om gast te zijn in deze kleine gemeenschap in een buitenwijk van Kaboel. Een tiental jonge kerels uit verschillende etnische stammen (Pasjtoen, Hazara, e.a.) aan wie van generatie tot generatie verteld is dat ze de ander moeten haten, wonen er samen. Ze hebben allemaal hun verhalen van zussen die verkracht zijn of vaders vermoord door de Taliban. Weet u wat hen over de haat heeft getild? Sociaal engagement! Zij gaan uit naar wie er nog erger aan toe zijn dan henzelf. En wie zijn dat in Afghanistan? De weduwen! Als vrouw ben je er al een derderangsburger; als weduwe ben je helemaal uitschot. De Afghaanse weduwen wonen op de flanken van de heuvels buiten Kaboel. Hoe hoger, hoe armer want daar zijn geen elektriciteit en geen water meer. De jongeren hebben een atelier waar ze uit kunstwol donsdekens maken. Tijdens de afschuwelijk barre winter in Afghanistan brengen ze de dekens naar de weduwen.

En er is het eiland Utøya, het Mekka van de Noorse Arbeiderspartij. In hun statuten staat niet meteen dat je maar beter openstaat voor het mysterie van God. Natuurlijk is de context anders maar het intrigeerde mij om te zien dat in het ene land een president oproept voor de war on terror en in een ander land een eerste minister vraagt om het geweld te beantwoorden met liefde. Jens Stoltenberg is geen dominee die terugviel op een christelijk trainingsprogramma. Net als miljoenen Noren had hij wel waarden ingebed als solidariteit, respect, vrijheid. Ook met zo’n pakket kunnen mensen en landen het kwade inhalen.

En toch. En toch neem ik de vrijheid om te concluderen dat zij die het venster openhouden voor Iets of Iemand die ons overstijgt, dat zij die in alles overstijgende liefde geloven ook in liefde kunnen vergeven. Op een of andere manier registreerde ik een verschil. Mag ik het ‘stralen’ noemen? Bij Eni en Raimunda bijvoorbeeld, twee volksvrouwen uit Brazilië. Hun zonen waren vermoord in drugsconflicten. Dona Eni had zelfs twee zonen verloren. Kapot van verdriet. De fysieke kwalen werden schering en inslag: slapeloze nachten, galstenen, maagzweren, migranha. Het medicijn dat ze zichzelf toedienden? Vrijwilligerswerk! In de gevangenis nog wel! Hun geloof heeft hen naar de bajes gedreven om zorg te dragen voor kerels die de moordenaars van hun zonen konden zijn. Als ze spraken over ‘onze jongens’ wist ik op den duur niet meer of ze het hadden over hun zonen of over de gevangenen waar ze zorg voor dragen. De onophoudelijke bezoekjes aan gedetineerden heeft aan de dames terug levensvreugde geschonken. De lach had weer bezit genomen van hun nest. En nog iets opmerkelijk (en ook terugkerend in andere verhalen): ‘Toen ik vergaf,’ zei dona Eni, ‘zijn al mijn fysieke kwalen stante pede verdwenen!’

Het doet me denken aan die Britse moeder en vader. Ze woonden met hun gezin in een arbeidersbuurt. Ze hadden 11 kinderen. De jongste van 14 werd op een dag vermoord door een bendelid. Tijdens het proces vernamen de ouders dat de dader ook 14 jaar was. Toen ze hoorden van diens kindertijd, de moeilijkheden in zijn jonge leven, het misbruik dat hem was aangedaan, voelden ze iets als compassie en besloten hem in de gevangenis op te zoeken. Het paar is nu zover dat ze zeggen: ‘Wij hebben een zoon verloren maar we hebben een andere zoon gewonnen.’

En wat denkt u van Rami en Bassam? De een is een Israëlische vader, de ander een Palestijnse. Beide verloren een dochter in het conflict. Je moest ze bezig zien: ze zijn boezemvrienden geworden. Respect is één zaak; van elkaar houden een andere. Bassam en Rami belichamen mee de organisatie Parents Circle waarvan op dit moment meer dan 600 Israëlische en Palestijnse gezinnen deel uitmaken. Allemaal hebben ze iemand verloren. Ze herkennen elkaar in verdriet maar ook in de gedeelde zucht naar vrede. Ik raakte ontroerd bij een van hun initiatieven. Ze hielden een bloedinzameling met het Rode Kruis en stonden erop dat op de bedden beurtelings een Palestijnse ouder lag, dan een Joodse, een Palestijn, een Jood,… Hun statement moest blijken: ‘Kijk, ons aller bloed is rood.’

Ik loop rood aan van vreugde omdat – op een moment dat burgemeesters, staatssecretarissen en hun ridderlijk gevolg, onverbloemd oorkondes de wereld insturen waarin ze een pleidooi houden om de brug op te trekken van de slotgracht rond fort Europa – vandaag in Langemark in naam van de vrede de zonen van Bassam en Rami hier zijn. Dear friends Ara band Yigal, what is your message as from your Israeli and Palestinian vineyard for all of us when it comes up to peace building and reconciliation?

Opdat de verhalen uit Afrika en de Stille Oceaan, uit Israël en Palestina niet exotisch blijven, stel de vraag: ‘En ik? Wie of wat heb ik nog te vergeven?’ Wat als iets vreselijks een van mijn dierbaren treft? Ik weet niet wat mijn reactie zal zijn. Ik weet wel wat ik hoop: dat ik nooit aan haat ten prooi zal vallen. Ik geloof dat we ons daarvoor kunnen ‘wapenen’. (Excuseert u mij voor de woordkeuze.) Ons onderwijs, onze gezinnen, kerkgemeenschappen, de fabriek en het kantoor, het kunnen allemaal scholen van verzoening zijn. Verbindende en verzoenende mensen worden is een permanente les en vereist een voortdurende alertheid. Als bij fitness, als in ontelbare uren pianospelen, kunnen we ons hart trainen voor de grote wedstrijden, voor de Iron Man waarvan je hoopt dat je hem nooit moet lopen. Nee zeggen tegen de haat doe je niet pas als ze in je huis binnenbreken, als je dochter wordt verkracht, als men jou bespot en hoont en als koning der joden kruisigt. Niemand is immuun voor het kwaad. Onze wereld en ons leven zijn ervan doordrenkt. Je krijgt conflicten op de werkvloer, in je koppelrelatie, in het zangkoor. Maar wij kunnen eeuwig bereidwillige leerlingen blijven om het laatste woord niet aan de revanche te laten, aan de haat, de wrok. We moeten programma’s blijven creëren die het pesten op school de kop indrukken. We moeten technieken blijven uitproberen om als echtgenoten, als buren, als werkcollega’s in dialoog te blijven gaan. In dat fitnessprogramma kunnen getuigenissen en lectuur zitten van Jezus die zei: ‘Vergeef hen Vader want ze weten niet wat ze doen.’ Van Juan Alsina die door de militairen van Pinochet ontvoerd en gefolterd werd en die aan de man die hem zou executeren zei: ‘Wil mijn blinddoek afdoen zodat ik u in de ogen kan kijken wanneer ik u vergeef.’

‘Vergeef mij Vader als ik pretendeer dat het kwaad in de ander zit maar buiten mij. Vergeef mij Vader als ik mijn zonden geringer inschat dan die van de Führer of een Al Qaida-adept. Vergeef mij Vader, want ik weet nog al te weinig wat ik doe. De troost en de zekerheid dat U blijft vergeven, U die ons geschapen heeft naar Uw beeld, ja ook Hans Van Themsche, Kim De Gelder, Michèle Martin, ja ook Anne-Marie Katengwa, Hilde Van Geel, Aba Gayle,… incarneert de hoop in mij en daagt mij uit om verder te gaan dan de grenzen van de logica. Net als liefde. Ook daar is geen touw aan vast te knopen. Bij deze hernieuw ik mijn belofte dat ik het tij zal keren, de gal zoeter zal maken, de spuw zal deppen telkens ik de naam hoor klinken van Marc Dutroux, van Anders Breivik, van IS, of van mijn lastige buurman. Ik beloof dat ik zal bidden voor hen tot U die Uw zoon uit de doden heeft doen opstaan. Crazy! Niet te geloven! En toch, als ik van het gebrek aan logica dat leven sterker is dan de dood en het goede zoveel meer vermag dan het kwade, mijn drijfveer maak en mijn bron van diepste vreugde, dan waag ik me aan de kunst van het vergeven. Omdat Gij liefde zijt en ik daarin wil wonen. Omdat ik van daaruit wil schrijven. Spreken. Zingen. ‘Morgen zal het vrede zijn.’ Wat zeg ik? Vandaag!

Getuigenissen ARAB ARAMIN en YIGAL ELHANAN van The Parents Circle

ARAB

Hello to you all, my name is Arab Aramin. I was born in Jerusalem. I am 21 years old.
I came to speak to you today about my beloved sister Abir.
In 2007 17th of January Abir, my sister, was shot dead by an Israeli soldier in front of her school which is in Anata, East Jerusalem. Abir was killed for no reason, or maybe there was a reason. Abir was a Palestinian.

After Abir got killed I tried to revenge her, I was throwing stones at soldiers who stood at the checkpoint outside my house. After a while my father discovered I was throwing stones, my father a peace activist himself tried to persuade me to stop. He told that revenge brings only more revenge, blood brings more blood and that he is not ready to lose another child.

My fathers’ words went through my heart like blades of a knife.
At that point I decided that I will not carry on my conscience the mere possibility that my family will again be hurt by this conflict.

I started to think about my fathers’ words, I decided to accept the way of peace. At first I decided to make peace with myself, which is probably the hardest of them all.
I am here today to show both sides that peace is possible, to support both peoples need for normal and quiet life.
For the Palestinians it is freedom from occupation, for the Israelis normal is the security in their streets.
If Palestinians will not have freedom, Israel will never have security. If Israel will not have security, Palestinians will not have their freedom, as simple as that.
As Martin Luther King said – “We must learn to live together as brothers or perish together as fools.”
Thank you.

Mijn naam is Arab Aramin, ik ben geboren in Jeruzalem en ik ben 21.
Ik wil jullie vandaag graag spreken over mijn lieve zusje Abir.
Op 17 januari 2007 werd Abir doodgeschoten door een Israëlische soldaat. Dat gebeurde in Anata, Oost-Jeruzalem, tegenover haar school. Abir werd gedood zonder reden. Of misschien was er toch een reden: Abir was Palestijnse.

Na de dood van Abir wou ik haar wreken. Ik gooide stenen naar de soldaten bij de controlepost, vlakbij ons huis. Toen mijn vader, die zelf een vredesactivist is, ontdekte dat ik stenen gooide, probeerde hij mij ervan te overtuigen daarmee op te houden. Hij vertelde me dat wraak alleen meer wraak brengt, dat bloedvergieten enkel meer bloedvergieten veroorzaakt en dat hij niet nog een kind wou verliezen.

Mijn vaders woorden sneden door mijn hart als waren het messen. En op dat moment besloot ik dat ik zelfs niet de minste mogelijkheid op mijn geweten wou hebben dat mijn familie opnieuw zou getroffen worden door dat aanslepende conflict.

Ik begon na te denken over mijn vaders woorden en ik besloot een weg te kiezen die leidt naar vrede. Eerst besloot ik vrede te sluiten met mezelf, wat misschien wel het moeilijkst van alles is.

Vandaag ben ik hier om te laten zien dat vrede mogelijk is, om het verlangen van onze beide volkeren naar een normaal en rustig te leven te ondersteunen en uit te dragen.
De Palestijnen verlangen naar een leven in vrijheid, de Israëli’s verlangen naar veiligheid in hun straten. Als de Palestijnen geen vrijheid kennen, kan er geen veiligheid zijn voor Israël; als Israël geen veiligheid kent, kan er geen vrijheid zijn voor de Palestijnen, zo eenvoudig is dat.
Zoals Martin Luther King zei: “Wij moeten leren om samen te leven als broeders, zo niet gaan we ten onder als dwazen.”
Dank u.

YIGAL

In september of 1997 my sister Smadar was killed in a suicide bombing as she shopped for school books with her classmates Yael Botwin, Sivan Zarka, and Daniella Birman. Yael, Sivan, and Smadar were killed along with an additional two brothers. Daniella is still recovering from severe brain damage until this day. My family joined the Bereaved Families Forum two years later and has been active ever since.

The Parents Circles goal is to build sustainable infrastructure, to begin the process of reconciliation. Our organization’s existence is proof that if we, those who lost our most precious loved ones, can work together – anyone can. Currently there is no process of reconciliation, such a process is impossible if the current power balance is sustained, it is impossible as long as one side is occupied by the other.

About that wrote the poet Yehuda Amichai-

From the place where we are right
Flowers will never grow
In the spring.

The place where we are right
Is hard and trampled
Like a yard.

But doubts and loves
Dig up the world
Like a mole, a plow.

And a whisper will be heard in the place
Where the ruined
House once stood.

There is no solace in vengeance, no remorse and therefore no forgiveness. There is only the reality and the human beings who remained to live it. Our reality calls on us, all of us, to struggle for change. Unfortunately, the struggle for change is never as simple or easily attained as vengeance. Justice and reconciliation are not as flammable as violence and hate, the path of our struggle is steep and full of obstacles, it demands every ounce of might we can gather.

Stephane Hessel said in his booklet “Time for Rage”

“Resistance is Creation. Creation is Resistance. Freedom is resistance and resistance is freedom!” He called at the age of 93 to all the young people that we are. Whether these are destitute Syrian refugees who knock at your doors or the African victims of Western greed, or the victims of Israeli occupation, or of any of the endless wars, don’t remain silent. Don’t look the other way, and don’t turn a blind eye to the suffering of other people.

In September 1997 werd mijn zusje Smadar gedood bij een zelfmoordaanslag. Ze ging schoolboeken kopen met haar klasgenoten Yael Botwin, Sivan Zarka en Daniel Birman. Yael, Sivan en Smadar werden gedood samen met nog eens twee broers. Tot op vandaag lijdt Daniella nog steeds aan ernstige hersenschade. Twee jaar later trad mijn familie toe tot The Parents Circle – de vereniging van families die in het conflict een kind verloren; sindsdien zijn we altijd actief gebleven in de beweging.

Het doel van The Parents Circle is om actief te werken aan verzoening. Het bestaan van onze organisatie bewijst dat als wij, die onze meest geliefden verloren, kunnen samenwerken, dat iedereen dat kan. Op vandaag is er in ons land geen verzoeningsproces, zo’n proces is onmogelijk zolang de huidige machtsbalans in stand blijft, het is onmogelijk zolang één bevolkingsgroep bezet wordt door de andere.
Daarover schreef de dichter Yehuda Amichai het volgende gedicht

Op de plaats 
waar wij gelijk hebben 
zullen nooit bloemen 
groeien in de lente. 

Op de plaats waar wij gelijk hebben 
is de grond vertrapt en verhard 
als op een binnenplaats. 

Maar twijfels en liefde woelen 
de wereld om 
zoals een mol, zoals een ploeg. 
En er zal gefluisterd worden op de 
plaats waar het huis stond 
dat verwoest is.

Wraak brengt geen troost, geen wroeging en dus geen vergeving. Er is enkel de realiteit en de mensen die ze beleven. De realiteit waarin wij leven roept ons allen op om op te komen voor verandering. Jammer genoeg is de weg naar verandering moeilijker dan de keuze voor wraak. Rechtvaardigheid en verzoening ontbranden niet zo snel als geweld en haat, de weg naar verandering is steil en vol obstakels, we moeten er al onze krachten voor inzetten.

Stephane Hessel schreef in zijn boekje ‘Neem het niet’: “Weerstand bieden is scheppen. Scheppen is weerstand bieden. Vrijheid is weerstand en weerstand is vrijheid!” Op 93-jarige leeftijd deed hij een oproep aan alle jonge mensen, aan ons dus. Of het nu Syrische vluchtelingen zijn die aan je deur kloppen, of Afrikaanse slachtoffers van Westerse hebzucht, of slachtoffers van de Israëlische bezetting of van welk uitzichtloos conflict ook: zwijg niet, kijk niet de andere kant op, wees niet blind voor het lijden van andere mensen.

LATEN WE IN ONS HART SLUITEN

Laten we in ons hart sluiten
allen die gebukt gaan onder schuldgevoelens
en verlamd zijn
door het besef dat ze tekort schoten.
Mogen zij verzoening ervaren.
Mogen zij nieuwe levenskansen vinden.

Laten we in ons hart sluiten
allen die worstelen met hun zijn,
allen die zich met moeilijke levenssituaties moeten verzoenen.
Mogen zij daartoe kracht vinden
en mensen die hen daarbij liefdevol steunen.

Laten we in ons hart sluiten
hen die moeilijk kunnen vergeven
en voortdurend in onmin leven
met familieleden of verwanten.
Mogen ze de moed vinden
om als eersten de verzoenende hand uit te steken.

Laten we in ons hart sluiten
hen die zich aan andermans bezit,
lichamelijke integriteit of leven hebben vergrepen
en daarvoor werden gestraft.
Mogen ze hun straftijd kunnen beleven
als een nieuwe kans.
Mogen ze vergeving ervaren.

Laten we in ons hart sluiten
mensen en volkeren
die van elkaar gescheiden leven
door barrières van vooroordeel en verdrukking.
Mogen muren gesloopt worden.
Mogen zij elkaar toch vinden
over alle grenzen en verschillen heen.

Laten we in ons hart sluiten
vrouwen en mannen
die zonder ophef barmhartig zijn en vol vergeving,
die de haat geen toegang geven tot hun hart.
Mag door hen onze wereld worden geheiligd.
Mag hun voorbeeld uitnodigen tot navolging.

ENGAGEMENT

We kunnen samen bruggen bouwen,
op weg van mij naar jou:
dat hoorden we Klimdraad zonet zingen.
We weten intussen dat het niet altijd makkelijk is,
maar het is wel de weg die leidt naar vrede.
En het is een weg
die we elke dag moeten proberen te gaan.

Om ons daar ook elke dag aan te herinneren,
en om te tonen dat we ’t niet bij woorden alleen laten,
hebben we nu voor ieder die dat wil
een kleine opdracht.

Aan jullie stoel hangt een stukje touw.
We vragen dat jullie zo dadelijk dat stukje touw vastknopen
aan het touwtje van je buur of buren
en zo lange, veelkleurige draden maken.
Die zijn dan symbool van onze verbondenheid
en van ons gezamenlijk engagement
voor verzoening en vrede.

De veelkleurige draden komen we bij jullie ophalen.
En straks bij het buitengaan
krijgt iedereen een nieuw stukje touw met twee kleuren
dat jullie dan om jullie pols kunnen vastknopen.
Dat polsbandje nodigt ons elke dag uit
om werk te maken van verzoening;
het zegt ons ook dat we niet alleen staan,
dat we elkaar nodig hebben om vrede echt waar te maken.

En terwijl we nu aan het werk gaan,
zal Klimdraad ook zingend een draad spannen.