TEKSTEN VREDESWAKE ‘Armoede, we nemen er geen vrede mee!’

Sint-Pauluskerk Langemark, zondag 1 maart 2015

Welkom

Goeie middag lieve mensen.
Van harte, echt van harte welkom op deze tweede vredeswake hier in de kerk van Langemark.
We zijn heel blij dat jullie met zovelen een goede reden hebben gevonden om er
Vandaag bij te willen zijn; dat jullie net als wij ook het gevoel hadden dat je erbij
moést zijn.
Want hoe je het draait of keert, wikt of weegt: armoede is een onrecht, en daar
leggen we ons niet bij neer.
Vandaag willen we met z’n allen stil staan bij de vele vormen van armoede veraf
en dichtbij. Samen met jullie willen we binnentreden in het leven van mensen in
armoede.
Een bijzonder warm welkom aan de mensen met armoede-ervaring! Zij verzorgden
bij het binnenkomen het warm onthaal en geven ons straks een inkijk in hun leven.
Nu al proficiat voor jullie moed en kracht!
Hartelijk welkom ook aan professor Bea Cantillon, directeur van het Centrum voor
Sociaal Beleid aan de universiteit van Antwerpen. Zij zal het onrecht dat armoede
is vanuit haar hele zijn benaderen.
We zijn heel blij dat het koor Kontrarie uit Herent hier aanwezig is. Langemark was
voor hen niet te ver om zingend hun boodschap te brengen.
Zoals hun naam al doet vermoeden zijn ze graag ‘contrarie’ en zingen ze het liefst
tegen de stroom in. Met de kracht van hun muziek versterken ze de stem van de
zwaksten en de kleinsten, schudden ze mensen wakker en nodigen ze ons uit om
tochtgenoot te worden van mensen in armoede.
Vanavond en alle komende dagen wil ik in de spiegel blijven kijken en geen vrede
nemen met armoede. Ik wil blijven voelen waar het schoentje knelt.
Armoede, we nemen er geen vrede mee!
Armoede, ik neem er geen vrede mee!

Getuigenissen. Wat armoede betekent

▪ In onze groep hebben de mensen al veel miserie meegemaakt. Veel miserie, dat staat voor ’veel problemen op een hoop’, zoals: we hebben meestal geen werk, we moeten rondkomen met een veel te laag inkomen, ze zeggen dat we onze kinderen niet kunnen opvoeden, we hebben veel gezondheidsproblemen, we moeten content zijn met een ongezonde woning, die vochtig is en veel te klein voor ons gezin, we zijn meestal afhankelijk van het OCMW, we moeten vechten om onze kinderen niet te moeten plaatsen in een ander gezin … Een hoop problemen dus, waar we dikwijls alleen mee staan.

▪ Ik woon al vijf jaar in een huis op de privé-markt. Ik heb geen comfort. Er is één stoof voor heel het huis. De kinderen studeren in de huiskamer. Ik heb een keukentje zonder kasten: alles hangt aan nageltjes of staat op rekken.
Ik sta op de wachtlijst voor een sociale woning, maar kan de waarborg niet betalen. Ik heb al rondgekeken, maar voor een huis met drie kamers betaal je al gauw 600 euro. Nu heb ik twee kamers, waarvan er een gescheiden is. Ikzelf slaap in de zetel.

▪ Soms vragen mensen mij: ‘Ben je nog niet geweest naar die of die dienst?’ Dan moet ik dikwijls zeggen: ‘Neen. Ik weet niet dat die bestaat.’
‘k Ben daar beschaamd over. ’t Is precies of ik van de wereld niets afweet, dat ik me in de hele wereld niet interesseer. ’t Komt zelfs over dat ik te lui ben om die dingen op te zoeken of om inlichtingen te vragen. Maar zo ben ik niet.

▪ Weet je wat zo erg is ? De stempel die je meekrijgt. Zwart op wit. Je wordt met de vinger gewezen. Je wordt niet gehoord, je voelt je klein. 
Je wil een goede moeder zijn maar ze geven je het gevoel dat je er geen verstand van hebt, dat je niet weet wat best is voor uw kind. 
Ik wil een goede moeder zijn. Geven waar mijn kind recht op heeft, werken, brood op de plank, zorgen, lief hebben. Zoals elke moeder.
Gewoon zoals elke moeder doet voor haar kind. 
“Als ge kunt bewijzen dat ge een goede moeder zijt, dan krijgt ge uw kind terug.” Ik zonk in de grond van schaamte. Ben ik dan geen goede moeder meer? … Wie ben ik dan nog?

▪ Mijn dochter werd in het 3de middelbaar gepest omdat ze geen merkkledij droeg.
Ze droeg gewone jeans, zonder merkplaatje aan. Hierdoor werd ze gepest door haar medeleerlingen.
Ik had hiervoor een oplossing gevonden. Ik naaide plaatjes van merkkledij op haar gewone jeans. Het pesten stopte. Ze volgde secundair op een gewone middelbare school. Ik vond het heel belangrijk dat ze een diploma kon halen.

▪ Weet je hoe een mens overleeft op 6 ampère? Wel, ik zal u dat eens vertellen. Koken kun je nog, maar wassen en strijken is al veel moeilijker. Strijken is bijna onmogelijk want om de 2 à 3 minuten springt de zekering. Daarom doe ik mijn strijk alleen maar als het buiten klaar is. Zo zien mijn buren niet dat het licht voortdurend aan en uit gaat.
Ik heb dat een jaar lang gedaan: leven op 6 ampère tot ik in een collectieve schuldbemiddeling kon gaan. En ik kan u zeggen dat het geen lachertje is om zo te moeten leven. Met Kerstmis hebben we trouwens gevraagd of we wat meer stroom konden krijgen om ook eens frietjes te kunnen bakken.

De vier stappen van Romero

Bij de uitwerking van deze vredeswake lieten we ons inhoudelijk ook inspireren door aartsbisschop Oscar Arnulfo Romero die op 24 maart 1980 – straks dus 35 jaar geleden – vermoord werd omwille van zijn voorkeurliefde voor de armen van zijn land El Salvador.
Wij van basisgroepen noemen ons zeer gelukkig dat wij deze profeet voor onze tijd kort daarvoor konden ontmoeten o.a. op 2 februari 1980 toen hij eredoctor werd aan de KU Leuven. Daar beschreef hij welke vier stappen mensen kunnen zetten om het lot van mensen-in-armoede wérkelijk te verbeteren. Het zijn de vier stappen die hij zelf ook gezet heeft, samen met veel van zijn medewerkers, o.a. enkele van onze Vlaamse vrienden die daar al 40 jaar of langer werkzaam zijn. Eén van hen is hier vandaag aanwezig en hoor je straks nog aan het woord.

1 De eerste stap die je kunt zetten, zegt Romero, – en de eerste is altijd de belangrijkste – die is: dat je mensen-in-armoede leert kennen, ze lang en vaak genoeg ontmoet zodat ze een plaats krijgen in je hart en je geweten.

2 De tweede stap houdt in dat je ze verenigt met elkaar en met niet-arme mensen waardoor er hoop groeit en wederzijdse waardering kan groeien, vooral ook zelfwaardering: ik ben iemand, en samen kunnen wij héél veel.

3 De derde stap, zegt bisschop Romero, bestaat erin dat je mensen-in-armoede verdedigt, dat je met hen concrete stappen zet om hun situatie echt te verbeteren, bijvoorbeeld door beleids-verantwoordelijken erop te wijzen dat ze méér kunnen doen om armoede weg te werken.

4 En de vierde stap die vanzelfsprekend het gevolg is van de vorige drie stappen: je moet bereid zijn om de prijs te betalen voor je verbondenheid met mensen-in-armoede. Wat kan die prijs zijn? Je tijd investeren, kritiek, verdachtmaking, je geldelijk steun optrekken tot 0,7 procent, enzovoort.
Die prijs is uiteraard niet te vergelijken met de prijs die Romero en vele van zijn vrienden betaald hebben: de prijs van hun leven, letterlijk dan.
Goede mensen, we bieden dit stappenplan aan ter inspiratie, in de grootste nederigheid, want ook wij kunnen nog veel leren en groeien. Maar laat ons eerst dankbaar zijn dat we samen hier zijn.
Zo meteen horen wij het verhaal van Joris en van Marc die stappen gezet hebben om mensen-in-armoede te leren kennen. Daarna zullen Marcella en Wouter vertellen over wat Uze Plekke uit Brugge en T’Hope uit Roeselare voor hen betekenen.

Getuigenissen van bondgenoten van mensen in armoede

▪ We ontmoeten Bahar en zijn gezin tijdens onze inleefreis met 11.11.11 naar Indonesië. Hij is rijstboer bij de stad Samarinda in Kalimantan (Zuid-Borneo).
Jaren geleden emigreerde hij vanwege de overbevolking op het eiland Java naar deze plek. In een idyllische vallei midden het regenwoud heeft hij sindsdien samen met zijn gezin en nog andere boeren een nieuw en goed leven opgebouwd.

Maar dan beginnen op een dag internationale concerns het oerwoud te kappen: voor tropische houtsoorten, de papierindustrie, de aanleg van palmolieplantages en de mijnbouw.
Vlakbij zijn rijstvelden begint men nu zelfs steenkool te ontginnen. Hele heuvels werden afgegraven 24 uur op 24, zeven dagen op zeven, met monsterachtige graafmachines.
Ook de loop van riviertjes onderbreekt men, zo nodig voor de bevloeiing van Bahars rijstvelden.
Verwoesting van een zo mooi landschap en vervuiling door koolstof, modder en giftig water zijn de gevolgen. We zijn oprecht verontwaardigd bij het zien van deze immense ravage.

Als we het gebied binnenrijden, controleren leden van een privé bewakingsdienst ons, want pottenkijkers heeft men hier liever niet. Met een smoes van onze gids geraken we door de controle.

Zo gebeurt het nu dat er te weinig water of vervuild water over Bahars rijstvelden loopt. In enkele jaren tijd halveert daardoor zijn opbrengst. Zijn gezin kan hij nauwelijks nog onderhouden. Eén van zijn zoons moet zelfs in de mijnmaatschappij gaan werken, waar hij nieuwe steenkoollagen moet lokaliseren. Hij verdient er nauwelijks 6 euro per dag: een kleine aanvulling bij het gezinsbudget. Hoe cynisch is dat niet, dat hij moet meewerken aan de verarming van zijn ouders?

We wandelen over de dijkjes van Bahars rijstvelden tot bij zijn hoeve. Onderweg zien we de vergeelde rijstplantjes. Het gesprek met hem, zijn vrouw en zijn beide zoons wordt een pijnlijke ervaring. Uit hun ogen spreekt de verwachting: kun je niet iets doen voor ons? Maar wat ? We ervaren onze eigen onmacht.

Zelf protesteren ze met hun eigen boerenvereniging bij de mijnmaatschappij en de overheid. Ze eisen compensaties voor het verloren inkomen. Zonder succes evenwel. Ook uit ons contact achteraf met de boerenleider spreekt wanhoop.
Dit stille, structurele geweld, deze geruisloze oorlog stort ook elders vele duizenden gezinnen in het Zuiden in armoede en wanhoop. Kunnen wij dit nog langer dulden ?

▪ Ik ben medewerker in vzw de kier, een vrijwilligersorganisatie rond armoede.
Ik wil jullie over Gwenny vertellen.
Haar vader zat in de gevangenis.
Eén broer woonde nog thuis, zwaar autistisch.

Het was een hel geworden thuis, vertelde ze. De jongen luisterde niet naar haar.
Haar vader, die had er nog vat op gehad, maar die was er nu dus niet.
Toen haar broer 18 werd hield de normale begeleiding op.
Maar er zou iemand anders komen van een provinciale dienst, zo af en toe…
Die mens had zijn bezoek aangekondigd, maar de jongen had niet open gedaan.
En het meisje was, zoals bijna elke dag, op bezoek bij haar vader.
Die begeleiding werd dus uitgesteld naar de volgende maand.
Dat is toch wat al te gemakkelijk van die begeleider, vind ik dan.
En ondertussen moest zij dus maar weer haar plan trekken?…

Het huis was behoorlijk vervuild geraakt. Het stonk er in huis.
Vele huisdieren… Dan voelt ze zich niet zo alleen, zei ze.
En de jongen bakende zijn territorium af met… wat sommige dieren doen…
Hij heeft nooit geleerd hoe je een kamer eigenlijk leefbaar houdt.
Ze had geïnformeerd bij familiehulp.
Maar die willen er pas aan beginnen als alles gedesinfecteerd wordt.
Prijskaartje: zo ‘n 2000 euro. Dat is er niet, dus: geen familiehulp…
Ik voel me wat kwaad worden.
Zij moeten daar dan toch wel in leven, denk ik dan.

We schreven een brief naar de overheid, naar de burgemeester.
Dit was toch een onhoudbare situatie?
De politie kwam poolshoogte nemen.
Ze stelden een proces verbaal op; Gwenny moest dringend maatregelen nemen.
Maar ze zegden niet ‘wat’ er kon worden gedaan en wie dat zou betalen.
Maar er zou nog eens iemand komen van die provinciale dienst…

Ondertussen was de jongen weggestuurd uit het internaat.
Ze konden er daar eigenlijk ook geen weg mee.
Hij zit nu hele dagen thuis. Zij liet dat toe. Het is toch mijn broer, zei ze.
Zonder diploma, zonder een ondersteunend team, zonder ervoor betaald te zijn…
Een straffe madam! Hoe speelt zij dat allemaal klaar?
Ze zorgt elke avond voor warm eten. Ruimt zelfs af en toe eens het huis op.
Respect. Ik zou dat alvast niet kunnen opbrengen!
Maar zij, ze ‘blijft’, zo goed en zo kwaad als het gaat.
Zij slaagt er zelfs in om ook nog de betalingen te doen, zodat ze niet uit huis worden gezet…

Ongelofelijk, vind ik dat.
Wie doet het haar na?

Getuigenissen: wat Welzijnsschakels betekenen

▪ Weet je wat er door mijn hoofd ging toen ik de eerste stap naar Ûze Plekke zette: “hoe zullen ze naar me kijken, wat zullen ze van mij denken ? “ maar toen ik binnen was zag ik vele mensen rond een tafel zitten, er stonden drank en koekjes op tafel en ik voelde zo aan dat het gezellig was. Plots zei iemand “ach nieuwe gezichten, welkom, pak een stoel en zet je bij”. Ik moet toegeven: na een half uurtje voelde ik mij daar veilig en goed. Eindelijk mensen die mij begrepen, die weten wat armoede is, en die ook weten wat uitsluiting is in de maatschappij. Bij mij duurt het wel een tijdje voor ik vertrouwen heb in mensen. Maar beetje bij beetje is het me gelukt om terug te durven vertrouwen in de mensen in Ûze Plekke.
Ûze Plekke haalt mij uit mijn isolement, ik word er beluisterd en voel me begrepen, ik word niet met de vinger gewezen, ik hoor er weer bij. UP was voor mij een reddingsboei.
Ik ben sterker geworden, begin weer in mezelf te geloven, durf meer opkomen voor mezelf en ik sluit me niet meer op.
Ik weet, er is niet altijd een oplossing voor elk probleem. In mijn verleden heb ik veel meegemaakt en dat veeg je niet zomaar weg. Maar je wordt sterker, je leert het verleden achter je te laten en te geloven in een nieuwe toekomst. Het geeft je een goed gevoel dat mensen in je geloven en dat je weer meetelt. En ik weet dat ik in alle vertrouwen mag aankloppen bij mensen in onze groep.
Stel je eens voor dat er geen Welzijnsschakels zouden bestaan. Dan vraag ik me af wat er zou gebeuren met de mensen die in armoede leven. Er zou nog veel meer verdoken armoede zijn als nu, want ik denk dat het dankzij de Welzijnsschakels is dat de mensen ermee léren en dùrven naar buiten komen.
Weet je ik vraag me soms af, had ik de stap naar UP niet gezet waar ik nu zou staan? NERGENS denk ik. Want dank zij de WZS ben ik sterk geworden.

▪ Ik ben Wouter. Ik ben actief als vrijwilliger in T’Hope, een welzijnsschakel en vereniging waar armen het woord nemen uit Roeselare, en binnen een welzijnsschakel uit Hooglede-Gits.
Ik ben opgegroeid in een gezin uit de middenklasse. Zorgzame ouders, een broer, een zus. Geld is bij ons thuis nooit echt een probleem geweest. Spaarzaam omspringen met middelen was een belangrijke waarde, maar we hoefden ons geen zorgen te maken rond financiële uitgaven. Na mijn universitaire studies vond ik snel een boeiende job binnen de overheidssector. Zeer leuk en uitdagend.
Maar moeilijk te vergelijken met wat ik mag en kan ervaren op activiteiten binnen mijn welzijnsschakels. Zo word ik soms muisstil wanneer iemand op een huisbezoek of op een oudergespreksavond van T’Hope zijn levensverhaal vertelt. Ik ben blij als een kind wanneer, na het organiseren van een ontspanningsactiviteit met mensen met en zonder armoede-ervaring samen, iemand komt zeggen hoeveel deugd dit deed. Ik ben apetrots als iemand op een toneel van onze groep met zijn/haar vertolking de zaal weet te ontroeren. Maar ik word ook verontwaardigd op een gespreksavond over armoede van een welzijnsschakel als uit de verhalen blijkt hoeveel strijd nog nodig is voor gelijkwaardigheid voor allen.
Via welzijnsschakels leer ik mensen kennen, die door omstandigheden waarin ze opgroeiden of door wat ze in hun leven meemaakten niet de kansen kregen of krijgen, die ze één voor één voor hun kwaliteiten verdienen. Het maakt me boos en zet me aan tot actie. Daarnaast haal ik zelf ook veel energie uit deze contacten. Ik sta vaak versteld hoe een ander met zijn/haar rugzak omgaat en put hier zelf veel kracht uit.
Het heeft mij op professioneel vlak een nieuw levenspad doen bewandelen. Ik hoop dat ook jullie allen hier aanwezig na vandaag met armoede geen vrede nemen en hier iets aan willen doen.

Roger Ponseele: wat de armen mij geleerd hebben

INLEIDING
Perquin in Morazán-El Salvador, zondagmorgen 7 april 2013. De wekelijkse zondagsmis moet om acht uur beginnen in het parochiekerkje van Roger Ponseele, en wij met onze reisgroep van diakens uit West-Vlaanderen worden daar verwacht. Maar we hebben een beetje ‘retard’ met onze bus, en we voelen ons al wat schuldig omdat we te laat zijn. Wanneer we de kerk binnengaan, is het echter vlug duidelijk dat men er geen haast heeft om de viering te beginnen. Roger is vooraan in de kerk aan het inzingen met enkele jongeren; de muzikanten stemmen hun instrumenten, en de mensen van terplekke zoeken een plaatsje in de reeds behoorlijk volgelopen kerk. De kinderen lopen er vrij binnen en buiten want het is er op dat vroege uur al vrij warm… En Roger neemt tussen het zingen door her en der contact met mensen uit zijn dorp.

We schuiven aan, en mogen als ‘speciale gasten uit Belgica’ op de voorste rijen plaats nemen. Na enige tijd lijkt het er dan toch op dat de viering gaat beginnen. Alles wordt klaargezet op het altaar en Roger ordent zijn papieren van liturgie, preek en zang. Tijdens het zingen van het eerste lied zien we hem echter wat morrelen tussen zijn altaarstukken, waarna hij vertwijfeld in het rond kijkt – en ja, hij verdwijnt zelfs even naar de sacristie en lijkt iets te zoeken… In zijn sappigste West-Vlaamse dialect horen we hem zelfs tussen zijn tanden grommen (want de micro staat al aan!): ‘Godver, waar is minen bril naartoe? ‘k En zie geen steke voor mijn ogen. Hoe moekik nu de messe doen?’

Wanneer hij dan in opperste verwarring de kerk in kijkt, in de hoop dat iemand uit het dorp hem misschien zal kunnen helpen, stapt hij plots van zijn altaar weg, daalt van de treden af, en neemt zonder vragen de bril weg van een vrouw die daar vooraan gezeten is. Roger is de zijne blijkbaar tijdens de voorbereiding kwijtgespeeld en nu kan hij zijn teksten niet goed lezen. Dan zet hij ongegeneerd die ‘bril van een ander’ op zijn eigen neus, gaat gezwind terug naar zijn altaar – en nu pas kan de viering écht beginnen…

Roger, priester, medestander van de armen, en al zoveel jaren gelovig onderweg met ‘zijn mensen’, leest vervolgens de liturgische teksten, bidt de gebeden, zingt de liederen en verkondigt zijn blijde boodschap met vuur en passie – maar alles nu bekeken door en gelezen met de bril van een gewone vrouw uit het volk van de armen.

Zo gaat Rogelio Poncel – 75 jaar oud, en al meer dan 42 jaar werkzaam bij de armsten in El Salvador – dus voor in de liturgie en in het leven: altijd vanuit het perspectief van de gewone man en vrouw. Hij heeft de werkelijkheid leren bekijken met de blik van een campesino die zoveel onrecht meemaakte; hij leest de moeilijke vragen en raadt de verborgen kwetsuren van het volk met de ogen van zijn hart; hij spreekt en preekt en zingt vanuit het opstandige geloof en de niet-aflatende hoop van de kleine mensen wiens medestander hij voorgoed geworden is. ‘El Padre Tomate’ noemen ze hem ginder wat ondeugend. Iemand die waarachtig geen vrede neemt met armoede!

En wij, toevallige passanten en bezoekers van één dag daar in Perquin, beseffen bij dat akkefietje met die ‘bril van Roger’ ineens en voorgoed: op weg gaan met mensen in armoede hier en in de Derde Wereld is je telkens weer afvragen: ‘Godver, waar is mienen bril? Da’k goe kan zien, da’k de feiten juste kan lezen, en da’k terzake kan handelen en blijven vechten voor recht..!’

Roger, jij die nu al meer dan 42 jaar met en tussen de armen leeft: wat hebben de armen jou geleerd? Wat heb je in al die tijd doorheen de ‘bril van de armen’ gezien dat verhelderend was/is voor jezelf en voor ons?

ROGER PONSEELE aan het woord
Jose Ignacio Ellacuria, gewezen rector van de katholieke universiteit in San Salvador en martelaar, zei dat we best de eerste zaligspreking als volgt moeten lezen: ” Niet: zalig de armen van geest; wel: zalig de armen met geest, met geestdrift, vervuld van de kracht van de Heilige Geest, armen dus met initiatief, overtuigd dat ze iets aan hun situatie kunnen doen.” Wat ik nu ga zeggen heb ik geleerd aan die armen met geest en geestdrift. Ik heb er zo honderden, duizenden mogen ontmoeten in El Salvador.
1) Van die armen heb ik geleerd dat het beter is de dingen samen te doen dan elk voor zich. De vrijheidsstrijders indertijd vormden een compacte groep, sterk gestructureerd, ieder met zijn specifieke taak en allen met eenzelfde ideaal. Je mag niet vergeten dat de strijd van die eenvoudige mensen de VS, de regering en het leger gedwongen hebben om te onderhandelen; onderhandelingen die geleid hebben tot een aantal goede vredesakkoorden, met de mogelijkheid verder te werken aan een steeds meer democratische maatschappij met sociale rechtvaardigheid. De verdeeldheid maakt ons zwak. De samenhorigheid, de dingen samen doen, maakt ons sterk .Waarom maken we zo graag ruzie? Waarom zaaien we zo graag verdeeldheid ? Die ondeugden zouden we moeten hoofdzonden noemen.
2) Van die armen heb ik geleerd dat het beter is je hart te vullen met hoop dan met ontmoediging en wrok. Zowel de recente geschiedenis van het volk van El Salvador als de ruimere geschiedenis, leren ons dat dit volk al eeuwen leeft onder uitbuiting en verdrukking. Soms gebeurt dat op brutale wijze, soms op meer subtiele wijze. Ze zitten al een keer in hun zaagbak, maar heel vlug steken ze de kop weer boven: ze hopen, ze geloven en nog beter ze vertrouwen. Vertrouwen lijkt me beter dan geloven. Geloven zegt nog te veel dat we het weten. We weten zo weinig maar we vertrouwen. Ze vertrouwen in zichzelf. Ze kunnen veel, als ze de hand aan de ploeg slaan. Sommigen hebben hen altijd van het omgekeerde willen overtuigen. Maar uiteindelijk zijn ze daar maar weinig in geslaagd. Zij kunnen veel. Wij kunnen veel. We mogen ons niet neerleggen bij de armoede van zoveel mensen. Ze vertrouwen op de anderen. Onder die anderen is er veel goede wil, denken ze. Samen met die mensen van goede wil kunnen ze bergen verzetten. De anderen zijn voor hen geen hindernis, maar wel bondgenoten. De armen nodigen ons uit om in wat anderen doen ook het goede te ontdekken. Als diep religieus volk vertrouwen ze ook op God. Het gaat om de God van Jezus, die wil dat ieder zich ten volle mag realiseren. Als wij op het einde van de wake in El Mozote waar het leger (noot: tijdens de oorlog van de jaren ’80) meer dan duizend mensen had vermoord, de handen in mekaar slaan, en samen zingen: “Habra un dia en que todos al levantar la vista… Er komt een dag waarop we een nieuwe wereld gaan zien met recht en rechtvaardigheid”, dan voel je dat er een hele boel energie je lichaam doorstroomt, en je bent er van overtuigd dat dit niet het einde is. De strijd gaat verder…Hoop stuwt ons verder….
3) Ook hebben de armen ons geleerd dat er een negende zaligspreking bestaat: zalig de koppigaards, zij die niet afgeven, zij die koppig voortdoen. Volgende maand ben ik daar 45 jaar. We hebben veel meegemaakt. Daar staan veel van diezelfde mensen nog altijd, fysische vergrijsd, zwakker, met enkele kwalen, eigen aan hun leeftijd en opgevangen tijdens de oorlog. In grote mate worden ze vervangen door jongeren. Voorhen zijn ze een voorbeeld en een stimulans. De geschiedenis is niet te vatten in een mensenleven. Meer dan wij zijn de armen bewust van hun vergankelijkheid. Het komt er op aan dat onze bijdrage aan de geschiedenis een bijdrage mag zijn in de goede richting. Dank voor de uitnodiging en de kans om iets te zeggen tijdens deze Vredeswake “Armoede, we nemen er geen vrede mee!” Wat ik hier meemaak zal ik vertellen aan onze mensen. Dat zal hen zonder twijfel sterk motiveren.

Mensen met armoede-ervaring spreken hun dromen uit

▪ Ik ben Iris, moeder van 3 kinderen: 2 dochters en een zoon. Mijn zoon studeert nog aan de hoge school in Gent. En ik leef in armoede.  Mijn droom is om financieel genoeg middelen te bekomen om een menswaardig bestaan te mogen leven. Om niet elke eurocent te moeten omdraaien voor ik hem uitgeef en keuzes te moeten maken bij wat kan en wat niet.

Ik droom ervan dat mensen mij graag zien om wie ik ben en wat ik kan! Om gewoon mens te mogen zijn met mijn gaven en mijn fouten. Ik droom ervan om mensen te mogen helpen en samen met hun op pad te gaan naar een wereld zonder armoede.
Mijn grootste droom is om met mensen in armoede of niet in armoede samen een mooie wandeling  te maken naar de overkant.
Om samen over die brug te gaan naar de overkant waar geen armoede is.  Dat is mijn allergrootste droom.  GEEN ARMOEDE MEER!
KON IK MAAR BLIJVEN DROMEN!

▪ Als opa is het mijn diepste wens dat mijn 2 kleinkinderen (6 en 8 jaar) onbezorgd kunnen opgroeien. Dat ze alle normale zaken op school zouden kunnen hebben. Dat ze gepast en mooi gekleed naar school kunnen gaan, dat ze een degelijke fiets kunnen hebben en aan activiteiten kunnen mee doen, o.a. sport, net als andere kinderen. Zodat ze zich goed voelen met de andere kinderen, aanvaard worden, ook eens op een verjaardagsfeestje uitgenodigd worden.
Het doet me pijn te zien dat hun papa en mama het moeilijk hebben om alles te betalen –even moeilijk als ik.
Ik zou zo graag willen dat ze voldoende middelen zouden hebben om alle mogelijke steun en begeleiding te benutten (zoals naschoolse opvang, studiebegeleiding). Zodat de kinderen zich goed kunnen ontwikkelen.
Want HIER begint anders de kringloop van moeilijkheden opnieuw: van pesten en uitgesloten worden en zo met ongelijke kansen in het volwassen leven starten.
Ik hoop dat alle mensen hier bijeen willen meewerken om van onze egoïstische “klasse-maatschappij” een zorgzame en solidaire “samenleving” te maken. Onze jonge gezinnen en onze kinderen verdienen een zetje en betere kansen ipv steeds meer politieke (besparings)maatregelen die hen in de armoede duwen.

▪ Je voulais d’abord remercier les organisateurs de cet événement qui m’ont fait l’amitié de m’inviter et remercier vous tous qui êtes ici pour honorer cette grande initiative.

Nous connaissons la pauvreté non pas parce qu’elle devait être là mais parce que il y a certains qui en profitent.

Comment peut-on être optimiste de pouvoir se debarasser de cet enfer alors que les guerres sans cause nous suivent de près ? Comment y sortira-t-on alors que les institutions financières internationales imposent leurs visions fortes éloignées des objectifs de lutte contre la pauvreté et orientent l’économie vers des modèles de production favorisant prioritairement : la mondialisation, le paiement de la dette et l’économie de marché.

Je n’espérais pas vivre même un seul seconde un monde sans pauvreté car ceux qui nous poussent d’être de plus en plus pauvres ne rêvent jamais de nous laisser indépendant ni de pratiquer une économie solidaire ! Mais avec telles initiatives, j’espère vivre un monde d’espoir.

Disons non à ce monde où les pauvres dépendront toujours des riches et s’appauvrirons d’avantages car nous voulons une planète où la solidarité et la charité domineront dans tous ses coins.

Vive VREDESWAKES !

ENGAGEMENT

Goede mensen,
We naderen stilaan het einde van deze vredeswake: tijd dus om de daad bij het woord te voegen…
Want…
…ik kan nog zo overtuigd zeggen dat ik met armoede geen vrede neem…, als het bij die mooie woorden blijft, dan blijven het holle woorden.
…wat betekenen mijn woorden, als ik niet, naar het inzicht van Romero, ten minste probeer die eerste stap te zetten en mensen in armoede van harte ont-moet.

We beluisterden vandaag indringende getuigenissen van mensen met armoede-ervaring. Zij zorgen er alvast voor dat we straks ‘anders’ de kerk verlaten…
We beluisterden ook getuigenissen van medestanders van mensen in armoede, die met vallen en opstaan oprecht de verbondenheid met de armen proberen te beleven. Zij zullen ons vast blijven inspireren in ons streven om de weg te gaan van solidariteit en vrede…
We maakten ook kennis met de harde feiten, de onthutsende cijfers, een scherpe analyse. Die moeten ons wakker schudden en aanvuren om met armoede geen vrede te nemen…
In de woorden van Günter Grass zeg ik vandaag dan ook zonder omwegen: Het is een grof schandaal dat in mijn land, mijn rijke land, er kinderen zijn die in armoede leven. Dat de kloof tussen arm en rijk dieper wordt.
In de woorden van Jos Geysels zeg ik vandaag dan ook beslist: We moeten armoede definiëren als een onrecht en armoedebestrijding als een stap naar menselijke waardigheid.
Die armoedebestrijding – de structurele aanpak van het structurele onrecht dat armoede is: dat beoogt het eerste luik van het engagement dat we vandaag willen opnemen. Straks bij het buitengaan kan elk van u die dat kan of moet doen een kaart meenemen, gericht aan de eerste minister en de voltallige regering van ons land. Daarop staan twee eisen geformuleerd: 1. voor elke Belg een inkomen dat boven de Europese armoedegrens ligt en 2. dat de overheid eindelijk minstens 0,7 % van het Bruto Nationaal Inkomen besteedt aan ontwikkelingshulp. Plaats je naam en handtekening onder die eisen en stuur de kaart morgen op naar de Eerste Minister – stel het niet uit, help ervoor zorgen dat de brievenbus van Wetstraat 16 dinsdag te klein is; de kaart krijg je gratis, een postzegel kun je er meteen bij kopen – ofwel hier, ofwel in het OC.
Maar we gaan er onszelf toch niet te gemakkelijk van af maken en de verantwoordelijkheid eenzijdig doorschuiven naar de politici. Aan de kaart voor de premier hangt een tweede kaart vast voor elk van ons. Een kaart met een steentje, een steentje om in onze schoen te stoppen, een steentje dat ons in die schoen gaat irriteren, een steentje dat ons vraagt: vergeet je niet die eerste stap te zetten…? Een steentje dat prikkelt: al eens over nagedacht, hoe je een mens in armoede tegemoet zal treden…? Een steentje dat uitdaagt: hoe zit het met jouw 0,7 %…? Een steentje dat je smeekt nooit vrede te nemen met armoede en het niet bij woorden te laten…
Een dubbelkaart dus, waarbij we zowel onze politici ter verantwoording roepen, als onszelf.
Omdat het een grof schandaal is dat in een wereld die genoeg heeft voor iedereen, één op drie mensen niet eens een menswaardig bestaan kunnen leven.
En omdat wij daar geen vrede mee nemen…!

SLOT

Goede mensen,
We zijn aan het einde gekomen van onze vredeswake.
We danken van harte iedereen die bij de voorbereiding en vandaag heeft meegewerkt, in het bijzonder:
• de mensen met armoede-ervaring
• professor Bea Cantillon
• Roger Ponseele
• het strijdkoor Kontrarie
• de werkgroep en alle vrijwilligers die met hart en ziel aan het vredeswakes-project meewerken.
Dank en proficiat aan jullie allen: omdat jullie hier zijn, gewoon omdat jullie hier zijn!
Graag nodigen we jullie uit op de volgende vredeswake, op zondag 31 mei 2015, met als thema: ‘Mijn zorg voor de aarde: kiem van vrede’.
Straks, bij het verlaten van de kerk, wordt jullie zoals daarnet aangekondigd een dubbelkaart aangeboden; de ene helft om op te sturen, de andere om thuis een plaatsje te geven. Zoals gezegd, postzegels zijn te koop aan de uitgang en in het Vredescafé, voor het gemak tegen 1 euro.
In het OC Den Tap kunnen jullie zo meteen terecht in het Vredescafé. Misschien is ’t een idee om het steentje maar meteen in je schoen te stoppen zodat het je onderweg al ongemakkelijk maakt…?