teksten vredeswake 31 mei 2015

Welkom
Van harte welkom op de derde vredeswake, hier in Langemark!
Vier jaar lang komen we op deze plaats samen om de herinnering aan de Eerste
Wereldoorlog te verbinden met de actualiteit van vandaag.
Honderd jaar geleden, op 22 april 1915, was dit de plek waar voor het eerst in de
geschiedenis op grote schaal gas werd ingezet als wapen. Deze lente nog vielen in
Syrië slachtoffers door hetzelfde chloorgas.
Toch is er ook vooruitgang: in Den Haag verenigt de Organisatie voor het Verbod op
Chemische Wapens nu al 190 landen die de productie en het gebruik van chemische
wapens afzweren. Dokter Shahriar Khateri, die vandaag onze gast is, ziet vanuit
Den Haag mee toe op de naleving van het Verdrag Chemische Wapens.
Met de 100ste verjaardag van de eerste gasaanval hebben we het thema ‘zorg voor
de aarde’ verbonden.
De manier waarop wij de aarde uitbuiten en leegroven, vormt een ernstige
bedreiging voor mens en milieu, voor het leven op aarde zelf.
De wereldwijde klimaatverandering dreigt in de toekomst een belangrijke bron van
conflicten te worden. De tijd dringt. Nu moeten we kiezen voor een nieuwe
levensstijl die wél perspectief biedt, en toekomst.
Uit Burundi verwelkomen we Tocoma Sy. Hij zal ons uitleggen hoe mensen in het
Zuiden zwaar getroffen worden door de opwarming van de aarde. Maar hij vertelt
ook hoe zij niet bij de pakken blijven zitten en de toekomst in handen nemen.
Ook Steven Vromman heeft geen boodschap aan moedeloosheid: ‘stoppen met
klagen’ is zijn motto. En vooral: anders denken, kijken, luisteren… en van daaruit
werk maken van een andere manier van leven.
Daartoe zullen we straks ook concreet uitgedaagd worden: met inspirerende
voorbeelden én met een kleine opdracht. Jij en ik: we kunnen wel degelijk het
verschil maken.
We mogen vandaag ook weer een fijn koor verwelkomen: Solied, een koor dat
solidariteit niet alleen in zijn naam draagt, maar ook zingend waar maakt.
Onze zorg voor de aarde kan een klimaat scheppen waarin duurzame vrede meer
kansen krijgt. Daar kunnen we samen werk van maken.

Scheppingsverhaal volgens de Sioux-indianen.

Lang voor deze wereld … bestond er een andere wereld.
Die wereld werd bevolkt door mensen … maar die waren vergeten wat menselijkheid was.
Dat zinde de Grote Schepper niet.
Hij ontstak een groot vuur … en de hele wereld met zijn bevolking verbrandde … TOTAAL.

Toen schiep de Schepper een nieuwe wereld … weer bevolkt door mensen.
Maar ook zij vergaten weer wat menselijkheid was.
Toen begon de Grote Schepper te zingen.
Terwijl hij zong, sijpelden druppels naar beneden.
Eerst kleine, zachte druppels, maar daarna begon het te regenen… te regenen … te regenen …
Het water viel met bakken uit de hemel.
De Grote Schepper zong een tweede lied en het water in de meren en rivieren steeg hoger en hoger.
En toen de Schepper een derde lied begon te zingen … traden meren en rivieren buiten hun oevers.
Toen zong Hij een vierde lied … stampte op de aarde , de aarde spleet open , en
uit de barsten spoot het water als een reusachtige fontein omhoog en overspoelde die hele tweede wereld.
Iedereen verdronk. Mensen, dieren … allemaal.

Behalve één kraai. Hij was omhoog gevlogen en cirkelde boven het water hoog boven in de lucht.

De Grote Schepper nam een pijp.
Een Grote Heilige pijp. Hij legde die op het water, ging daarop liggen en liet zich meedrijven op de golven.
Hij liet zich meedrijven op de deining en het ritme van het water en de wind.

“Tunkashila, ik vlieg al heel lang boven in de lucht. Ik zou willen rusten, maar er is nergens land te bespeuren ! “
De Grote Schepper zei niets.
“Tunkashila, ik hou het niet meer uit hierboven ! Ik ben zo moe , heb dringend een rustplaats nodig !“
De Schepper bleef zwijgen. En het bleef hard regenen.
Pas toen de kraai tot 3 x toe had gesmeekt om aan land te komen om te rusten,
kwam er beweging daar beneden.
Rond de Heilige Pijp was een soort doek gebonden, een soort zak.
De Grote Schepper ontrolde het doek, opende de buidel, nam er een vis uit en zei :
“Zwem naar beneden,vis. Duik naar de bodem en breng wat modder mee naar boven. “
De vis dook. Hij was heel enthousiast. Ah Hij voelde zich als een vis in het water.
Hij dook dieper en dieper … maar toen hij terugkwam had hij niets meegebracht.
De bodem was veel te diep voor een vis. Het beestje was helemaal uitgeput.
De Schepper legde hem zacht naast zich neer, opende zijn zak opnieuw, haalde een otter tevoorschijn en zei :
“Otter … duik jij tot de bodem en breng modder mee naar boven ”
Met zijn glanzende vacht, zijn platte kop en gestilleerde lijf, dook otter in het water.
Hij gebruikte zijn zwemvliezen om dieper en dieper te gaan.
Maar toen hij terug aan de oppervlakte verscheen … had hij niets meegebracht.
Toen stuurde de Schepper bever naar beneden, maar ook hij kwam met lege poten en uitgeput terug.

De kraai daarboven hield het niet meer uit. Zijn vleugels gingen nog heel moeizaam op en neer, hij had zelfs geen krachten meer om te kraaien.
Tenslotte haalde de Schepper schildpad uit zijn buidel en Hij duwde haar in het water.

Ze bleef lang weg. Ze bleef heel lang weg.
“Die komt nooit meer terug, “ dachten de anderen.
Zij waren ondertussen al een beetje uitgerust en kenden de diepte maar al te goed.
Dit was onmogelijk !
“Misschien raakt ze tot op de bodem … maar dan heeft ze vast geen krachten meer genoeg om terug boven te komen.”
Ze waren het er alle 3 roerend over eens … Schildpad was dood.
De kraai die nog steeds hoog in de lucht rondcirkelde hoorde dat …
Hij was zoo OP.
Hij was zoo to – taal uitgeput.
En hij zakte … met zijn allerlaatste krachten … zakte hij naar beneden …
Maar net op het moment dat hij bijna het water raakte … brak het wateroppervlak open.
Ik raakte de bodem ! Ik raakte de bodem ! riep Schildpad.
Ze was zo fris en blij. Niet eens buiten adem !
Wat een uithoudingsvermogen ! Wat een kracht had dat beest !
De Grote Schepper nam Schildpad vast, hoorde hoe het hart klopte en zag tussen de poten en klauwen … ja zelfs in de ruimte tussen haar boven en onderschild iets blinken … en hij rook : AARDE ! Verse aarde !
De Schepper pakte die kersverse aarde, en begon te zingen.
Hij zong en Hij kneedde … kneedde, kneedde …
Hij spreidde de modder uit over het water.
Hoe langer de Schepper kneedde … hoe meer water in aarde veranderde.
Toen al het water één groot stuk land was geworden vroeg hij Kraai om te rusten.

Toen begon de Schepper te huilen.
Zijn tranen werden stromen
Zijn tranen werden rivieren
Zijn tranen werden oceanen …

Toen nam hij vogels, vissen, dieren en planten uit Zijn buidel en zette die op het land.
Toen nam hij aarde … gele aarde, rode aarde, witte en zwarte aarde … en hij boetseerde …
Mannen … en vrouwen …
Hij blies hen adem in.
Hij stampte … trommelde , trommelde en stampte op de aarde en alles kwam tot leven!
Toen schonk Hij de mensen Zijn Heilige Pijp.
Om op te rusten, zei Hij … om op te bidden … om Stil te worden en om met Mij te spreken als je Me nodig hebt.
En Hij gaf de mensen het vermogen om te spreken en te begrijpen.

Tenslotte schonk Hij de mensen een regenboog.
Een prachtige regenboog aan de hemel, opdat ze nooit zouden vergeten dat de 2de wereld door zondvloed totaal werd overspoeld.

Zo vertellen de Sioux-indianen het ontstaan van deze 3de wereld.
Laten we hopen dat wij mensen niet te gauw vergeten … wat menselijkheid is.

Getuigenis Tocoma Sy uit Burundi

Beste vrienden,
Ik ben heel blij vandaag bij u te kunnen getuigen van de gevolgen van de klimaatverandering in het Zuiden. Ik zal jullie meer bepaald vertellen over de situatie in Senegal, die ik goed ken.
Zowat de helft van de Senegalezen leeft op het ritme van het water. 52 % van de bevolking zijn kleine boeren die leven van de landbouw.
Om het belang van water te begrijpen, volstaat het het landschap te zien twee weken voor en twee weken na de eerste regens. Het regenseizoen duurt maximum drie maanden; het droog seizoen dus negen maanden.
Als het regent, dan is elke druppel water goud waard voor de Senegalese boer. Eén dag regen minder kan het mislukken van een jaaroogst tot gevolg hebben en dat betekent dat verschillende families een jaar lang honger op hun bord krijgen.
Verschillende jaren al worden de regenperiodes almaar korter, wisselvalliger en soms overvloediger met als paradoxaal gevolg vaak grote overstromingen. Waar de regen vroeger goed voorspelbaar was, is die nu meer en meer onvoorspelbaar.
Al die veranderingen zijn het gevolg van een levenswijze in de industrielanden die zich weinig bekommert om de gevolgen voor het leven van mensen in het Zuiden.
Een manier van leven die het milieu meer en meer vervuilt, die meer en meer water en energie opslorpt heeft als gevolg de verandering en opwarming van het klimaat die we vandaag meemaken. Minder bekend is dat die gevolgen rampzalig zijn voor het Zuiden, waar de meerderheid van de bevolking leeft van de landbouw en dus afhankelijk is van het klimaat. In sommige landen zoals Burundi, waar ik nu woon, leeft 90 % van de bevolking van de landbouw.
Minder regen betekent voor landbouwers en veetelers minder inkomsten om hun familie te voeden, schoolgeld te betalen en gezondheidszorg, want van sociale zekerheid is geen sprake.
Duizenden jongeren worden zo gedwongen hun land te verlaten op gammele geluksbootjes. Ze laten hun thuis achter en betalen onbetrouwbare mensensmokkelaars die hen in Europa een eldorado voorspiegelen. Elk jaar vinden vooral jonge migranten de dood voor de Europese kusten waar ze een droom opzoeken die ze thuis niet meer vinden, een droom die verwoest is na jaren vruchteloos wachten. Ze worden voortgestuwd door de normale levensdrang van elke jongere, waar hij ook woont.
Die jongeren zijn niet voorbereid om zich in de Europese samenleving te integreren – zich niet bewust van de gevolgen van hun daden. Ze leven verscheurd, ver van wat bekend en vertrouwd is en voelen zich vaak niet goed in hun vel. Zij die hun land verlaten zijn waak wanhopig. Ze weten dat ze hun leven riskeren. Maar wat is het leven waard als het niet langer waardig geleefd kan worden? Ze moeten kiezen tussen het risico te sterven door niets te ondernemen en toch iets proberen op gevaar van hun leven. Wat is het beste: blijven en sterven of vertrekken met één kans op duizend om niet te sterven? Wat kiest een jongere vol ambities en dromen?
Van de manier van leven in de geïndustrialiseerde wereld hangt dus de keuze af van duizenden mensen die moeten kiezen tussen sterven en het risico lopen te sterven. Hier kiezen voor een levenswijze die meer respect heeft voor natuur en milieu, betekent dus ook beslissen dat mensen in het Zuiden kunnen blijven leven en recht hebben op een waardig leven zonder in wanhoop te moeten kiezen voor een weg ten dode die zoveel families treft. Iedereen kan iets doen en dat hoeft niet veel te kosten. Bovendien worden zo kosten gespaard om migranten te verhinderen naar hier te komen. Zolang hun wanhoop groot blijft, zullen ze blijven komen.
Afrika kent vandaag een enorme demografische ontwikkeling. Meer dan 300 miljoen jonge Afrikanen (de bevolking van de Verenigde Staten) is op zoek naar werk en een toekomst…
Gelukkig blijven mensen in het Zuiden niet bij de pakken zitten. Gesteund door organisaties als Broederlijk Delen en partners, nemen ze initiatieven die aantonen dat positieve actie werkt.
Het is hoopgevend te zien dat ook hier meer en meer mensen zich zorgen maken over de klimaatverandering en de gevolgen voor het Zuiden, dat mensen zich organiseren en actie ondernemen om er iets aan te doen.
Samen kunnen we de verandering zijn die leidt naar een wereld waarin iedereen in waardigheid en vrede kan leven. Wij wonen allemaal in hetzelfde dorp dat ‘de aarde’ heet!

Redevoering van opperhoofd Seattle tot de territoriale gouverneur Isaac M. Stevens.
Verenigde Staten, Washington. 1854.

Het grote opperhoofd in Washington heeft gesproken : Hij wenst ons land te kopen.
“Wat is het dat de blanke man wil kopen ? “ vraagt mijn volk mij …
Hoe kan je de lucht ? De warmte van het land … kopen of verkopen ?
Dat is een vreemd idee voor ons … moeilijk te bedenken.
Maar we zullen over uw aanbod beraadslagen, want we weten dat als wij ons land niet verkopen,
de blanke man met zijn geweren komt en het in bezit neemt.
Wij zullen overwegen waarom de blanke man het land wil kopen.
’t Is zo moeilijk te begrijpen.
De lucht, de warmte van de aarde, de snelheid van de antiloop …
Hoe kunnen wij die dingen aan u verkopen ? Hoe kunt u dat kopen ?
Als de rode man een stuk papier ondertekent en het geeft aan de blanke man …
Is de aarde dan van u om ermee te doen wat u wilt ?
Als wij de prikkeling van de lucht, het kabbelen van het water … als wij dat niet kunnen bezitten ,
hoe kunnen wij het dan aan u verkopen ?
En kunt u de buffel terugkopen, als de laatste al gedood is ?

Wij weten dat de blanke man onze manier van leven niet begrijpt.
Voor hem is het ene stuk grond gelijk aan het andere.
Hij is een vreemde , die in de nacht komt en van het land pakt wat hij nodig heeft.
Hij behandelt zijn moeder de aarde, en zijn broeder de lucht als koopwaar die hij kan uitbuiten en weer verkopen als goedkope , bonte kralen.
De aarde is niet zijn broeder maar zijn vijand.
En als hij die veroverd heeft, trekt hij verder.
Zijn honger zal de aarde kaal vreten en slechts een woestijn achterlaten.

Wij zijn een deel van de aarde en de aarde is een deel van ons.
De geurende bloemen … zijn onze zusters.
Het rendier, het paard, de grote adelaars … onze broeders.

Wat is de mens zonder dieren ?
Als alle dieren weg zijn , zal de mens sterven aan een groot gevoel van eenzaamheid.
Want wat er met de dieren gebeurt, gebeurt spoedig met de mens.

Als wij ons land aan u verkopen, blanke man …
Hou ervan
zoals wij ervan houden
Leer uw kinderen eerbied voor de aarde.
Vertel hen dat de aarde onze moeder is,
dat de aarde niet aan de mens toebehoort, maar dat de mens behoort tot de aarde.
Draag zorg voor haar.
En hou altijd in gedachten
dat alles samenhangt met alles … als het bloed dat een familie verbindt.
Dat het web van het leven niet door de mens geweven is,
dat de mens slechts één draad is van het hele web.
En dat wat de mens met het web doet , hij doet met zichzelf.

Inleiding Shahriar Khateri

Er leven geen mensen meer, die kunnen getuigen van de angst en de terreur, die het gebruik van chemische wapens met zich heeft meegebracht in de eerste wereldoorlog. Wie de gasaanval overleefde is door de natuurlijke gang der dingen en het verloop van de jaren aan de overkant. Ze kunnen niet meer getuigen van de pijnlijke sporen, die het gas in hun lichaam en in hun geest heeft nagelaten.
Maar het spoor van massavernietigingswapens, ook de chemische, waart nog over de wereld. Terwijl wij hier op 22 april in Steenstraete en aan het Canadees Gedenkteken de slachtoffers van 100 jaar geleden herdachten, stierven op die zelfde dag in Syrië mensen door aanvallen met chloorgas, exact hetzelfde soort gas, dat hier 1915 werd losgelaten. De mensheid heeft nog weinig geleerd.
Zo zijn er vandaag nog mensen in leven, die kunnen getuigen van de wreedheid van het wapen. Dokter Shahriar Khateri is één van hen. Ik heb Shahriar voor het eerst ontmoet in Teheran enkele jaren geleden, waar ik mijn stadsbestuur vertegenwoordigde op een tentoonstelling en congres over –uiteraard- hetzelfde thema. Shahriar was de gastheer en al bij de eerste ontmoeting was ik geraakt door de warme menselijkheid en de rijke persoonlijkheid van de man. Ik wist toen nog amper iets over zijn verleden, over zijn familie en over de traumatische ervaringen, die hij in zijn jeugd heeft moeten verwerken. Hij bleef een vriend en ik ben dan ook erg blij hem vandaag te mogen inleiden. Over zijn voorgeschiedenis en zijn huidige activiteiten zal hij zo meteen zelf graag getuigen.
Doctor Khateri, dear Shahriar, we are happy that you are here to-day to share with us your experiences as a victim of chemical warfare and as a doctor, who worked day after day to relief the pain of the victims who suffer still nowadays from the effects of chemical weapons and as a specialist on the long-term effects of chemical warfare.
Shahriar, may I kindly invite you to take the floor.
Getuigenis Shahriar Khateri
Dames en heren,

Wij zijn hier vandaag op deze bijzondere Vredeswake bijeen om te spreken en te denken over vrede. Wij zijn hier om ideeën te delen en elkaar te inspireren om een cultuur van vrede te ontwikkelen binnen onszelf, in onze families, onze gemeenschappen en onze wereld.

Wanneer wij streven naar een vreedzame toekomst, dan moeten wij leren van de fouten uit het verleden. En nu wij vandaag samen komen in Langemark en terugdenken aan de gasaanvallen, die hier en in Ieper honderd jaar geleden plaats vonden, wil ik beginnen met u mijn verhaal te vertellen van een aanval met gas, één van de wreedste vormen van geweld die er bestaan. En ik wil met u delen hoe deze ervaring mij gebracht heeft tot waar ik vandaag gekomen ben, niet alleen in de uitroeiing van deze wapens, maar ook in het besef hoe wij samen kunnen werken aan de opbouw van vrede.

Voor de meeste mensen is de geschiedenis van de gasaanvallen iets dat tot de geschiedenis behoort. Het was iets dat 100 jaar geleden gebeurde, gedurende de Grote Oorlog. Maar voor mij, en voor vele anderen als ik in het Midden Oosten, is het nog altijd een open wonde.

Gedurende de oorlog tussen Iran en Irak van 1980 tot 1988 hebben wij het recentste gebruik van chemische wapens op grote schaal beleefd. Irak wierp 19.500 chemische bommen en 54.000 chemische artillerieprojectielen neer op Iran en schoot 27.000 chemische korte afstandsraketten af. Meer dan één miljoen Iraniërs werden blootgesteld aan chemische wapens. 5.500 van hen stierven onmiddellijk en 100.000 ‘overlevenden’ leven tot vandaag voort onder constante medische zorg.

Vandaag houden de overlevenden van de chemische wapens vol dat degenen die onmiddellijk stierven, de gelukkigen waren. Voor hen was de pijn kort. De overlevenden, die voortdurend lijden aan kortademigheid en dag aan dag geconfronteerd worden met het ene chronisch probleem na het andere, zijn degenen, die een langzame dood sterven.

Laat mij toe om met u enkele herinneringen te delen, die ik opdeed tijdens één van de gasaanvallen waarvan ik getuige was 28 jaar geleden, in februari 1987.

Het was de hel. Overal dode lichamen van Iraniërs en Irakezen. De lichamen lagen verspreid over het door oorlog verwoeste landschap als kapotte poppen, rustend op hun zijde, hun ledematen gevouwen in verschrikkelijke houdingen, hun hoofden opgeblazen. Hun gezichten waren bevroren in een uitdrukking van vrees en pijn -en soms, van opluchting. De geur van bloed en zweet was overweldigend. Het is een geur die mij nooit heeft verlaten, na al die jaren… Ze heeft zich vastgezet in mijn poriën.

Ik was bang, maar ook trots op mezelf dat ik erin was geslaagd om als 15-jarige als vrijwilliger dienst te nemen in het leger. Ik voelde mij dapper en sterk.

Maar te midden van al die doden dacht ik aan mijn moeder. Ik wist hoezeer zij zich zorgen maakte. Nadat hij was hersteld van zijn chemische brandwonden was mijn broer was naar het oorlogsfront teruggekeerd, om maanden later zélf te worden gedood. Mijn moeder heeft hem nooit kunnen begraven en heeft nooit troost kunnen vinden in het rouwen aan zijn graf. Zijn lichaam was vermist.

Zij smeekte mij om niét naar het front te gaan. “Het is genoeg dat ik één zoon verloren heb”, huilde ze. Maar ik luisterde niet: ik wilde in de voetsporen treden van mijn oudere broer. Mijn held. Op die dag in 1987 was ik ervan overtuigd dat zij naar de nieuwsberichten over het offensief aan het luisteren was. En dat zij opnieuw weende, omdat zij niet wist of haar enige overblijvende zoon leefde of gesneuveld was.

“Gas ! Gas !” De soldaten begonnen in angst te schreeuwen. Ik zag de onheilspellende wolk naar onze loopgraven drijven en mijn neus nam onmiddellijk de vreemde geur waar. Onze commandant riep: “Doe uw gasmaskers om. Haast u !” Ik trok terstond mijn gasmasker over mijn hoofd en rende met de andere soldaten in de omgekeerde richting, weg van de naderende giftige wolk.

Het was moeilijk om al lopende te ademen met het gasmasker om. Ik dacht dat ik zou verstikken, maar de andere soldaten duwden me voort. We hadden geluk: de wind draaide en blies de gaswolk van ons weg. Als ik nu daarop terugkijk besef ik welk groot wonder dat was. We zouden veel meer kameraden verloren hebben indien de wind niét van richting was veranderd.

Sommigen van ons bataljon waren pal in het midden van de gasaanvalszone gelegen. Ik probeerde terug te keren naar die plaats om hen te helpen, maar mijn commandanten lieten het mij niet toe. Ik nam mijn gasmasker af en voor de eerste keer voelde ik mijn ogen branden. Rond mij waren anderen hard aan het hoesten en sommige vielen flauw.
Ik hoorde op de radio van een officier dat wij zware verliezen hadden geleden. Het gas had velen ogenblikkelijk gedood. Anderen hadden levensgevaarlijke verwondingen opgelopen.

Tegen de nacht aan kreeg ik slecht nieuws. Sommige van mijn beste kameraden waren gesneuveld in de aanval. Ik begon te wenen maar ik moest mijn tranen bedwingen. Mijn ogen brandden. Ik probeerde te schreeuwen, maar het was zelfs moeilijk om te ademen.

Wanneer de oorlog ten einde liep in 1988, studeerde ik af op de middelbare school. Eén jaar nadien schreef ik mij in voor medische studies en ik ontving mijn diploma 7 jaar later.

Als jonge arts keerde ik terug naar de grenssteden en –dorpen, die door de oorlog waren geteisterd. Maar ik kwam ditmaal niet met wapens om te schieten, maar met wapens om te helpen.

Ik heb verschillende jaren van mijn leven besteed om slachtoffers te helpen en hun wonden te verzorgen en om die veteranen te ondersteunen, die door hun oorlogswonden gehandicapt waren.

Later verhuisde ik naar Teheran, niet alleen om mijn vorming in de toxicologie verder te zetten, maar ook om een team onderzoekers te leiden, die de lange termijn gevolgen van blootstelling aan mosterdgas voor de gezondheid bestudeerden. Wij trachtten manieren te vinden om overlevenden te helpen met hun ziekte en hun handicap.

Uit mijn ervaringen en de ervaringen van mijn vrienden besefte ik dat oorlog –en het gebruik van massavernietigingswapens – nooit het antwoord is. Wij moeten met elkaar samenwerken om de vrede te bereiken. En daarom sloot ik mij aan bij een groep vrienden en collega’s om het Tehran Peace Museum (het vredesmuseum van Teheran) te stichten. Ons doel was om mensen bewust te maken en een cultuur van vrede te bevorderen, niet alleen in Iran, maar overal ter wereld.

En dan, in 2014, sloot ik mij aan bij het OPCW, een internationale organisatie die in 1997 werd opgericht om een wereld zonder chemische wapens te creëren. In 2013 werd de Nobelprijs voor de Vrede aan het OPCW toegekend voor haar realisaties in dat verband. Voor mij, als overlevende van chemische wapens, is er niks dat meer voldoening geeft dan te weten dat ik mijn kennis, mijn kunde en mijn ervaring kan gebruiken om deze verschrikkelijke wapens uit de wereld te bannen.

Nu, 100 jaar na de verschrikkelijke gasaanvallen in Langemark en Ieper en bijna 30 jaar na mijn eigen ervaringen met chemische wapens, zijn wij hier verzameld om te tonen dat wij vastbesloten zijn om voort te leren uit de lessen van het verleden, om datgene te omarmen dat ons verbindt en om erop voort te bouwen.

Om de woorden van een andere vredesactivist Mahatma Ghandi te citeren: “Je moet zélf de verandering zijn, die je wil zien in de wereld”.

Wij moeten vandaag bij onszelf beginnen. Wij moeten in vrede zijn met onszelf, onze familie en onze natuurlijke omgeving. Wij moeten leren elkaar lief te hebben.

Tot slot wil ik citeren uit de brochure van het Vredesmuseum van Teheran: “Vrede is meer dan afwezigheid van oorlog. Echte vrede komt uit ons hart en leidt naar vredevolle relaties in de familie en de gemeenschap en tussen naties. Laat ons anderen inspireren met geweldloosheid elke dag. Laat ons in alles boodschappers van vrede zijn”.

Getuigenis Steven Vromman

Het einde van de eerste wereldoorlog was ook het begin van een nieuwe relatie tussen de mens en de natuur. De fabrieken waar tanks en vliegtuigen werden gemaakt werden omgebouwd tot fabrieken waar nieuwe zware landbouwmachines te bouwen. Machines die nodig waren om de miljoenen gesneuvelde jonge mannen, vaak boerenzonen, te vervangen. De fabriek en de chemische formules die gebruikt zijn om het dodelijke gifgas te ontwikkelen lagen aan de basis van de grootschalige productie van meststoffen en pesticiden. En vooral, de manier van denken die bij een oorlog hoort is meer en meer toegepast op onze relatie met de natuur. De natuur werd iets wat met moeten overwinnen, beheersen en zelfs uitputten om aan onze steeds groeiende consumptiedrang te voldoen.
Vandaag, 100 jaar later zien we de gevolgen van deze denkwijze. Planten en diersoorten verdwijnen in snel tempo, het leven in de bodem sterft af, grondstoffen raken uitgeput en de aarde warmt op. We zijn de eerste soort in de lange geschiedenis van de planeet die in staat is zijn eigen leefmilieu te vernietigen.
Als we vrede willen zullen we ook vrede moeten sluiten met moeder aarde. De enige manier om conflicten te vermijden is de hulpbronnen die de aarde ons te bieden heeft rechtvaardig verdelen. Water, lucht, grondstoffen en energie. Het is niet vol te houden en op geen enkele manier te verantwoorden dat 20% van de wereldbevolking 80% van alle hulpbronnen opgebruikt. Het zal hier moeten met minder, minder CO2, minder ecologische voetafdruk.
Dat lijkt misschien onmogelijk of een lastige klus. Maar dan heb ik goed nieuws. We hoeven niet terug te keren naar de middeleeuwen. Ik leef nu al 7 jaar met een ecologische voetafdruk die 70% kleiner is dan die van de gemiddelde Belg. En ik heb een goed leven, gezond lokaal voedsel, hernieuwbare energie, gedeelde spullen alles wat nodig is. Meer nog mijn leven is rustiger, gezonder en socialer geworden.
En er is nog goed nieuws, ik ben niet alleen. Duizenden en duizenden mensen zijn in stilte bezig zelf hun leven te veranderen. Ze werken samen in repaircafés en volkstuinen, ze delen auto’s en spullen, ze organiseren lokale munten en sociale initiatieven. Het zijn mensen die niet wachten op anderen, maar zelf aan de slag gaan voor een betere en rechtvaardige wereld.
Bij deze een eerste concrete oproep om op 28 november met zijn allen naar Parijs te gaan voor de grote manifestatie naar aanleiding van de klimaattop. Laat ons daar aan onze politici duidelijk maken dat voor ons een bindend klimaatakkoord wel zeer dringend is.
En tevens heb ik nog een tweede oproep. We willen een andere, duurzame en vredevolle wereld, wel dan zullen we zelf aan de slag moeten gaan. We moeten onze manier van denken en van handelen veranderen. Om onze toekomst te vrijwaren zullen we moeten kiezen voor samenwerking in plaats van competitie, voor de relatie in plaats van de prestatie, voor delen in plaats van hebben, voor kwaliteit in plaats van kwantiteit. Het leidend principe hierbij is uiteindelijk: liefde. Liefde voor alles wat leeft, voor de komende generaties. Er zijn ondertussen meer dan genoeg succesvolle mensen, het is nu tijd voor liefdevolle mensen.
De geschiedenis kan soms rare wendingen nemen, en grote veranderingen komen door krachtige bewegingen van onderuit. We hebben te lang gewacht op anderen om te werken aan een betere wereld. Vergeet niet, wij zijn degenen op wie we aan het wachten waren.